HSP & Burnout: voorkom stress en communiceer wat je nodig hebt

IMG_8734

Wat ik vooral interessant vind aan het hele burn-out proces is om hoe de stress te voorkomen die naar de burn-out heeft geleid en wat hier sterk mee samenhangt; waar je op kan letten om jezelf op de eerste plaats te zetten in plaats van jezelf weg te cijferen.

Hoe voorkom je de stress die naar de burn-out heeft geleid?

  1. Leer de geestelijke en fysieke uitingen van stress herkennen
  2. Voelen waar je grenzen liggen en communiceren waar je wel of geen behoefte aan hebt
  3. Zet jezelf op de eerste plaats
  4. De oorsprong van jezelf wegcijferen; jeugdtrauma’s
  5. Voelen waar je blij van wordt en hiervoor kiezen

In deze blog lees je meer over punt 1 & 2.

Leer de geestelijke en fysieke uitingen van stress herkennen

Wanneer je op weg bent naar een burn-out ben je vaak met heel veel verschillende zaken bezig. In het begin denk je nog dat je overal blij van wordt, maar als de stress erin sluipt ben je niet meer zo blij. Je bent de ballen in de lucht aan het houden.

Denk aan full-time werken, extracurriculaire activiteiten, een gezin draaiende houden, sporten, je hobby’s en je sociale leven. Dit lijkt op de meest normale invulling van een gemiddeld leven in de maatschappij.

Maar het wordt moeilijker als je er nog een groot project naast hebt of heftige veranderingen in het leven zoals de koop/ verkoop van huizen en verhuizen, de geboorte van een kind, het overlijden van dierbaren, ziekte van jezelf en van dierbaren, relatiebreuken, conflicten in werk en vriendschappen.

Dan sluipt de stress erin.

Wat voel je lichamelijk?

  • Hoofdpijn?
  • Stijve nek en stramme schouders?
  • Buikpijn?
  • Oorpijn?
  • Last van je ogen?
  • Last van duizelingen?
  • Last van plotselinge misselijkheid?

Dan dien je opnieuw keuzes te maken. Je kan altijd opnieuw kiezen. Je kan kiezen voor datgene wat voor de meeste balans in je leven zorgt.

Je dient ruimte te creëren om te ontladen en op te laden.

Voelen waar je grenzen liggen en communiceren waar je wel of geen behoefte aan hebt

Wat kan je aan? Hoeveel rust heb je nodig om er weer vol tegenaan te kunnen gaan?

Ervaar je geestelijke grens

  • Kan je niet meer denken?
  • Leg je belangrijke spullen op plekken waar je het niet meer kan vinden?
  • Vergeet je rekeningen te betalen of mensen terug te bellen?
  • Wordt je wat lakser op het werk?

Ervaar je emotionele grens

  • Raak je sneller geïrriteerd?
  • Voel je je opgejaagd en kom je nergens meer aan toe?
  • Kan je de gevoelens van je partner en kinderen er niet meer bij hebben?
  • Huil je sneller om het minste geringste?

Ervaar je fysieke grens

  • Zijn je zintuigen nog scherper dan voorheen?
  • Is het geluid te hard, het licht te fel?
  • Ben je continue moe en lukt het niet meer om bij te slapen?
  • Sleep je jezelf overal naartoe?

Om je behoeften te kunnen communiceren dien je eerst te leren voelen waar jouw grenzen liggen.

  1. Ik wil dat het licht wordt gedimd, omdat ik last heb van het felle licht.
  2. Kun je de tv uitzetten, want het beeld is qua geluid en licht op dit moment teveel voor me.
  3. Mijn hoofd staat er niet naar om naar dit feestje te gaan.
  4. Kun je de kinderen opvangen, zodat ik nog een douche kan nemen?
  5. Kunnen de collega’s met vragen bij iemand anders terecht?

Voor meer informatie over punt 3, 4 en 5, bekijk deze FB Live die ik heb gegeven op zondag 25 november 2018: FB Live HSP & Burnout. 

Wil je werken aan het opkrikken van je basisenergie? Maak een afspraak voor een introductiesessie in Den Haag of via videoskype of FaceTime. Klik hier voor meer info…

Advertenties

FB Live HSP & Liefde: geloof niet in je angsten

In het tweede deel van de serie FB Lives over HSP & Liefde heb ik het over de volgende twee thema’s gehad:

  • hoe de zintuigen een rol spelen in hooggevoelige liefdesrelaties met een hooggevoelig persoon en een niet-hooggevoelig persoon
  • hoe de emotionele ontwikkeling bijdraagt aan het ervaren van meer liefde in je leven. Twijfels en onzekerheden komen voort uit angst. Angst om te worden gekwetst.

De titel van de blog is afgeleid van het tweede thema: Geloof niet in je angsten. 

Angsten vormen de bron van de belemmerende overtuigingen die we kunnen hebben over de liefde. Als je je angsten gelooft, zal je wereld klein blijven. Je angsten houden je namelijk klein, terwijl je van binnen eigenlijk groot wilt zijn. In de kern willen we allemaal meer liefde ervaren. Hoe doe je dit? Eén van de sporen die je kunt bewandelen is het onder handen nemen van deze angsten, zodat je liefdevoller gaat denken over de liefde, maar vooral over jezelf.

Een fijne en stimulerende liefdesrelatie begint bij jezelf. Zodra je jezelf ontvangt en deelt met de mensen om je heen ga je meer liefde ervaren en wordt de kans groter dat je iemand tegenkomt die bij je past.

Ook heb ik een antwoord gegeven op de volgende vraag:

Wat doe je als je overprikkeld raakt van een partner die heel veel in zijn hoofd zit?

Antwoord:

Ik zal je een antwoord geven vanuit hoe ik dit beleef wanneer Arnold (mijn partner) heel erg in zijn hoofd zit. Hij is heel erg gevoelig, maar kan tegelijkertijd heel erg in zijn hoofd zitten. Hoe ik dit ervaar is dat hij heel erg gefocust bezig is en een spoor van huishoudelijk vandaal achterlaat. Dit is natuurlijk sterk overdreven, maar wel hoe ik het ervaar. Kleine dingetjes waarvan ik denk ‘dat kun je best even weggooien of zet de schoenen even op het schoenenrek’.

Als ik de behoefte voel het te benoemen en bespreekbaar te maken doe ik dit. Dat lucht op en daarmee geef ik een deel van de overprikkeling terug aan hem. Het kan zelfs een opluchting voor hem zijn als ik hem open vragen stel waardoor hij zijn gedachtenkronkels met me kan delen.

Als ik geen behoefte heb het te benoemen, vanwege gebrek aan energie dan merk ik dat mijn coconnetje opzoek. In dit coconnetje doe ik iets voor mezelf en focus ik me hierop. (met of zonder kinderen)

Wat helpt is fysiek te gaan bewegen: even gek doen op muziek anderszins de beweging opzoeken. Beweging helpt om de geabsorbeerde energie door te laten stromen.

Vragen of hij met zijn hoofd naar een andere ruimte wil gaan. Of ik geef aan dat ik naar een andere ruimte ga. (met of zonder kinderen)

Kortom: door de ruimte te nemen om je ergens op te kunnen focussen kan je meer fysieke en emotionele afstand creëren tot de bron van overprikkeling. In het geval dat je de bron van overprikkeling niet uit kan zetten 😉

Ben je benieuwd naar meer? Klik hier door om deze FB Live opname te bekijken.

Heb jij nog vragen gerelateerd aan hooggevoelig zijn in de liefde? Stel je vragen als een reactie onder deze blog of in een privé bericht op de Facebookpagina hooggevoeligheid en intuïtie. 

Heeft dit tweede deel van de FB Lives over HSP & Liefde jou waardevolle inzichten opgeleverd? Zo, ja, dan wil ik je uitnodigen om een Blijk van Waardering te geven via deze link: https://onlinebetaalplatform.nl/nl/orchid-of-life/kopen/pbn_2d473610ab53

Jij bepaalt wat je wil geven. Het cijfer onder “aantal” kan je veranderen. Alvast heel veel dank voor je bijdrage.

De volgende FB Live HSP & Liefde vindt plaats op zondag 18 februari om 20.30 uur. 

Dit zijn de thema’s die voorbij zullen komen:

  • Hoe belangrijk de balans is tussen vrouwelijke en mannelijke energie in vrouwen en mannen
  • Waar mannen ook nog mee kunnen worstelen naast een sterk verantwoordelijkheidsgevoel en overmatig zorgzaam zijn

Warme groet,

Chungmei

HSK: ik wist niet dat het bestond

fullsizerender

Dían zit in zijn slaapzak op de vloer te spelen. Ik wil even tikken. Ik wil mijn hoofd legen, mijn hart legen. De afgelopen dagen voelen aan als een rollercoaster. Een rollercoaster van emoties, pieken en dalen komen voorbij, terwijl het is veroorzaakt door één enorme piek. Ik voel pure blijheid door mij heen stromen. Ons besluit om Amé naar een andere school te laten gaan doet ons allen goed. Wij hebben gehuild van blijdschap en opluchting, er is een grote stressfactor van Amé’s schouders gevallen. De stressfactor is haar huidige school. (Montessori onderwijs) In de blog ‘HSK: omgaan met de energie in de klas’ lees je wat we eerder hebben ondernomen om haar worstelingen op te vangen.

Sinds afgelopen zondagochtend ervaren we onze dochter weer als de persoon die ze is. Ze is blij, ze neemt initiatief en hoe ironisch ook, ze gaat blij naar school, wetende dat ze naar een andere school gaat. En niet zomaar een andere school, we keken met zijn allen naar de promo video van De Vrije Ruimte in Den Haag. Ik zag diepe blijdschap van haar gezicht afstralen. Ik schoot in tranen, terwijl ik de avond ervoor nog dacht dat wij als ouders nog meer ons best kunnen doen om ervoor te zorgen, zodat Amé het naar haar zin heeft op haar huidige school.

Haar blijdschap was mijn antwoord. De Vrije Ruimte is het antwoord op onderwijs dat naadloos aansluit op haar speel- en leerbehoefte. Vooral de behoefte om te spelen. Continue te spelen. Dezelfde zondag was een goede vriend bij ons op bezoek. Hij is meester op een basisschool in de Bijlmer in Amsterdam. Hij merkte op dat de cirkel rond is. Eén van de laatste keren dat we hem zagen was vijf jaar geleden. We zaten precies zo, op de vloer in de woonkamer, maar dan in een ander huis over het onderwijs te praten. We spraken onder andere over De Vrije Ruimte waar hij stage liep. Wij waren toendertijd met onze 1-jarige Amé naar een open dag van deze school geweest. We vonden het een fijne school, maar blijkbaar was deze school aan onze aandacht ontsnapt op het moment dat we haar aanmeldde op de huidige school.

Op de huidige school kan ze haar ei niet kwijt. Sinds september komt ze dagelijks leeggezogen thuis. Ze is door en door moe en neemt negatieve energie mee naar huis. Een goede vriendin herinnerde mij eraan dat Amé op 1 jarige leeftijd al sprak met twee of drie woorden. Ja, ze leert snel, ze kan zoveel meer dan wat er op haar huidige school wordt aangeboden. Ze leest als een trein. Als ze een stuk een aantal keren achter elkaar leest, kan ze het daarna reciteren. Ze leert mee wanneer de juf een lesje schrijven geeft aan groep 4. Trots komt ze thuis met dat ze het woord “dag” aan elkaar kan schrijven. Ze vindt het vervelend als kinderen de rust verstoren. Ze vindt het erg als kinderen elkaar pesten en leugens vertellen.

De filosofie van De Vrije Ruimte sluit ook naadloos aan op hoe wij Amé aan het opvoeden zijn. In de woorden van De Vrije Ruimte: “Al spelend leer je. Al luisterend en kijkend leer je, al doende leer je, de hele dag door, onbewust en bewust. Leerlingen zijn verantwoordelijk voor hun eigen leerweg: zij bepalen zelf wat ze willen leren, hoe, wanneer en met wie. Ze stellen hun eigen vragen en zorgen zelf dat ze antwoord krijgen. Wie ergens les in wil of hulp nodig heeft, kan altijd op een docent of ander kind afstappen. Leren gebeurt de hele dag vanuit eigen motivatie en nieuwsgierigheid.” Vanaf kleins af aan doet ze mee in het huishouden. Ze kneedde deeg voor koekjes, pizza en brood. Groenten sneed ze met een scherp mes. Wij gaven haar het vertrouwen dat ze heel veel zelf kan. En haar mening telde; was het te druk op een feestje en wilde ze zich in een andere kamer terugtrekken, kwamen we haar tegemoet in haar behoeften. We leerden haar te spreken over wat ze voelde. Op deze school telt haar stem. Wat zal dat een verademing voor haar en ons zijn.

Onze zondag werd afgesloten met een inspirerende ontmoeting. Een man die Arnold en ik afzonderlijk van elkaar vaker in de wijk waren tegengekomen. Dit keer was hij met zijn zwager en hun kinderen. Hij zag Arnold met losse handen een wiebelende brug oversteken. Dat probeerde hij ook met zijn nette herenschoenen. Dat was lachen. Het was toch niet zijn ding. Ik kwam hem een keer tegen toen hij samen met zijn zoon aan het uitvogelen was hoe de dj tafel in onze wijk werkte. We raakten in gesprek. We bleken vlak bij elkaar te wonen. De Vrije School kwam aan bod. Ze maken deel uit van een familie van docenten op de Vrije School. Authentiek contact in de wijk.

Zo fijn dat alles moeiteloos bij elkaar kwam; ons besluit, spreken van een goede vriend na jaren, ontmoeten van mooie mensen en een hele blije dochter. Uitzinnig van vreugde riep ze uit: “Ik wist niet dat het bestond. Een school waar ik mag doen wat ik wil en er zijn trampolines.”

Een week na ons besluit kon Amé al terecht voor een kijkdag. Na deze kijkdag schreef Arnold een verhaal over de positieve effecten van deze school op onze dochter. En dit al na één dag! Lees dit verhaaltje over Vrijheid…

Voeding: versterk je smaak- en reukzintuig

notenreep

Maandagavond heb ik Arnold getipt over de film Supercharge me. Hij heeft de film die avond voor een deel bekeken. Dinsdag werd hij geïnspireerd wakker. Hij bekeek de rest van de film en hierna besloot hij om zoveel mogelijk raw te gaan eten. Daarna heeft hij een man uit Friesland gevonden die allerlei video’s maakt over raw eten. Zijn tip was om tot 16.00 uur raw te eten en daarna te eten waar jouw lichaam behoefte aan heeft. Het is belangrijk om erbij stil te staan dat het niet gaat om het zin hebben in voeding vanuit herinnering, maar vanuit wat het lichaam nodig heeft. Je kan wel zin hebben in pizza’s, maar na het eten van een pizza voel je je niet zo energiek als na het eten van een dadel of een pompoensoep met andijviesalade en wat pasta.

Arnold ging gelijk aan de slag en merkte dat zijn darmen er goed op reageerden. Ik hield het maandag vol tot en met 15.00 uur. Dinsdagmiddag at ik een pizza voor de lunch, maar deze smaakte niet zo lekker als voorheen. Verschrikkelijk. Vroeger vond ik het lekker, maar nu proefde ik het zout heel erg goed en het zout prikte zelfs in mijn tong. Ik had er een peren-boerenkool sap met water gemaakt, maar de boerenkool was niet zo goed erdoorheen gemixt waardoor ik alsnog erop moest kauwen. Na het eten van de pizza had ik hier geen zin meer in.

‘s Middags heb ik een nieuwe variant gemaakt op mijn notenrepen uit de koelkast. Dit keer was het een notenreep met amandelen, pompoenpitten, zonnebloempitten, gedroogde abrikozen en kokosolie. Ik vond het heel lekker. Amé vond het minder lekker vanwege de pompoenpitten. Ze heeft iets tegen pompoenpitten. Uiteindelijk at ze het wel helemaal op. Om Amé te laten wennen aan de hoeveelheid extra rauwe groenten die we vanaf nu gaan eten, ontbijt ze ‘s ochtends met pap van haver en rozijnen of spelt met rozijnen en een kommetje groene smoothie waar ook wat fruit in zit verwerkt, zodat het iets zoetigs heeft. Verder heb ik aan haar verteld dat wij veel meer groenten en fruit gaan eten. Gisteren was ik in de COOP vlakbij de basisschool en onze boodschappen bestonden voor 90% uit groenten.

Arnold wil het liefste ook stoppen met het kopen van producten waar suiker in zit verwerkt. Terwijl het speltbrood van de Albert Heijn lekker krokant aan het worden was in de broodrooster rook hij opeens de suiker in het brood. Nadat hij het zei, rook ik het ook. Daarna proefde ik de suiker in dit brood. Bleh, dit brood ga ik niet meer kopen. Het speltbrood van brood- en banketbakkerij Victor & Driessen smaakt veel beter zonder overbodige toevoegingen. Helaas moet ik hier wel bij vermelden dat we een tijd lang het noten- en zadenspeltbrood kochten, maar dat dit brood pasgeleden middels een andere samenstelling is gemaakt. Het is niet meer zo zwaar. Daar zetten wij de nodige vraagtekens bij! Moeten we er nu ook op gaan letten dat het brood wat je denkt te kopen nog steeds hetzelfde brood is? Het veranderen van ons dieet zorgt er in ieder geval voor dat onze smaak- en reukzintuig stukken sterker wordt.

Aangezien Arnold al jaren roept dat hij vegetarisch wilt gaan eten leek het aangaan van het eten van meer ‘raw food’ heel goed bij hem te passen. Hij heeft besloten om de komende tijd geen dierlijke producten te eten; geen vis, vlees en eieren. Verder zal hij tot 16.00 uur ‘s middags raw eten en hierna gaan voor een warme maaltijd. Ik zal 80% van de tijd vegetarisch, veganistisch en raw eten met af en toe een uitstapje naar wat ik allemaal zo lekker vind. Vanochtend hebben we ontbeten met een smoothie van avocado, spinazie, appel en Chinese kool. Amé at ook nog een speltpap en ik een spelttosti met kaas en kruidenboter. Arnold ging voor nog een smoothie met een andere samenstelling. Ik ben erg benieuwd wat het nieuwe dieet ons de komende weken gaat opleveren.

Doe mee met de 30 Dagen Vegan Challenge in januari 2015: https://www.facebook.com/events/754147494646872/

Communicatie: Doe het dan lekker zelf!

SONY DSC

Afgelopen zaterdag vond voor het eerst de training Positieve communicatie plaats in Utrecht. Ik kijk er met een blij en tevreden gevoel op terug. Allereerst vond ik het bijzonder leuk om te zien hoe deelnemers met elkaar in gesprek raakten. Voordat er überhaupt een woord werd gewisseld over ‘positieve communicatie’ was er al zelfstandig een workshop emotiemanagement voor hooggevoeligen gaande. Daar had ik absoluut niks mee te maken. Ik mocht op dat moment glimlachend toekijken. Dankzij een deelneemster die eerder aanwezig was in een workshop voor hooggevoeligen laaiden de gesprekken op. Geweldig!

Wat ik hier toch nog even wil benadrukken is dat de training Positieve communicatie in relaties toegankelijk is voor IEDEREEN. Door mijn positionering als hsp coach is de kans natuurlijk groot dat de training hooggevoeligen aantrekt en dat is alleen maar mooi. Wat nog mooier is, is dat er een deelnemer aanwezig was die zichzelf herkende in de onderwerpen die in het kader van hooggevoeligheid voorbij kwamen. Hij noteerde titels van boeken over hooggevoeligheid en riep uit dat hij wel weer naar huis kon! Dit was voldoende ‘training’ voor hem. Prachtig om te zien dat ‘herkenning’ zoveel kan opleveren; een gevoel van rust, een gevoel van er mogen zijn.

Voordat de training plaatsvond, had ik gelukkig niet te maken met afmeldingen. Alle acht deelnemers waren aanwezig en de meeste kwamen in koppels; hetzij getrouwd of collega’s. De meesten hadden behoorlijk wat gereisd om bij de training aanwezig te kunnen zijn. Ze kwamen uit Westerbork, Paasloo, Diemen en Leiden. Ook bij deze training merkte ik dat Utrecht wel een fijne en praktische plek is om de workshops en trainingen te laten plaatsvinden.

Op het gebied van communicatie kwamen er verschillende onderdelen voorbij, waaronder parafraseren en backtracken. Parafraseren en backtracken zijn communicatie technieken om oprechte interesse te tonen en je gesprekpartner de volledige aandacht te geven. Door te parafraseren en te backtracken onthoudt je beter wat de ander aan je heeft verteld en kan je het makkelijker navertellen. Het nare gevoel dat eventueel gepaard gaat door het toepassen van deze communicatie technieken kun je hiermee ondervangen; het gevoel dat je iemand onderbreekt in zijn verhaal. Je geeft namelijk jouw volledige aandacht aan je gesprekspartner en de gesprekspartner voelt zich gezien en erkend in zijn behoefte om zijn verhaal te delen.

Alle aanwezigen waren het er wel over eens dat communicatie heel erg complex kan zijn. Door stil te staan bij wereldbeelden, cultuur, tradities, subculturen, opvoeding, communicatiestijlen en het voeren van een open dialoog werden er handvatten aangereikt. Om de positieve communicatie aan het einde van de training nog een extra boost te geven, liet ik de deelnemers een aantal zinnen omzetten in positieve formuleringen. Bijvoorbeeld de zin ‘Doe het dan lekker zelf!’ Hoe zou jij dit positief verwoorden? De meest originele en grappige formuleringen werden gedeeld! Ik vond het ontzettend leuk en boeiend om deze training te mogen geven. Uit enthousiasme heb ik alvast dit eerste half jaar volgepland met deze training.

Wil je een keer deelnemen aan de training Positieve communicatie in relaties? Neem dan een kijkje op de agenda, neem je collega’s, vrienden en partners mee en we maken er een leuke en leerzame training van!

Over opvoeding en snoepen

snoep

Op de peuterspeelzaal kreeg ik van een juf te horen dat Amé een traktatie in haar bakje had liggen. Amé zette het op een zeuren. Ze wilde de traktatie hebben. Een andere juf zei gelijk dat ze Amé nog nooit zo had zien doen tegen haar mama. Amé wilde duidelijk iets hebben. Waarschijnlijk had ze al gezien wat er in zat. Alle kinderen mogen natuurlijk al het snoep direct opeten. Nee Amé, dit snoep krijg je niet. Thuis heb ik heel veel lekkere dingen voor je. Op de fiets vertelde ik dat ze allereerst haar lunch zou krijgen; rijst met wortelen en erwten. Later op de dag zou ze een cupcake krijgen die ik zelf had gemaakt. (gezoet met oerzoet) Hier had ze wel oren naar, want de dag ervoor had ze dit gegeten en ze wist dat het lekker was. Daarna zei ze iets wat klonk als muziek in mijn oren: ‘Eerst eet ik mijn lunch op en daarna krijg ik een cupcake’. Na je dutje krijg je een cupcake, corrigeerde ik haar. Dat was prima.

Ik had de behoefte om haar iets meer uit te leggen over het eten van snoep. Ik zei: Amé dit klinkt misschien een beetje gek voor jou, omdat je hebt gezien dat alle kinderen zo blij worden van het snoep. Maar als je heel veel snoep eet, kan je daar buikpijn van krijgen. (en hyperactief worden en geen trek meer hebben in normaal eten en je gebit eraan gaat en je de natuurlijke smaken van eten minder gaat proeven, maar dit alles had ik voor het gemak weggelaten) Ze reageerde kalm en luchtig met: ‘Een beetje is ok.’ Haha, en daarmee was alles gezegd.

Thuis gaf ik haar de bellenblazer uit het plastic tasje met de traktaties en de snoep gooide ik voor haar ogen weg in de prullenbak. Dit doen wij al vanaf haar tweede. Uiteindelijk heeft ze geen dutje gedaan. We zijn samen boodschappen gaan doen op de Haagse markt. De cupcakes gingen natuurlijk mee. Ze stond er alweer om te springen, maar nee is nee. De lunch had ze netjes opgegeten en we gingen op weg. De cupcakes waren voor onderweg, als snack. Terwijl we op de markt liepen, vroeg ze om de cupcakes. Ja, nu mag je wel wat. Al genietend werkte ze het naar binnen. De volgende snack was in de vorm van fruit; een stukje sinaasappel van een marktkoopman. Daarna kreeg ze in haar jaszak een aantal pitloze druiven van me. De snackronde was compleet en Amé was helemaal gelukkig.

‘s Avonds hielp ze me in de keuken. We hadden de taugé en andijvie samen gewassen. Terwijl ze op een stoeltje stond, scheurde ze de andijvie in kleine stukjes en legde dit bovenop de reeds aanwezige groenten; rettich en taugé. Tijdens de avondmaaltijd merkten we hoe gulzig Amé de frietsaus en ketchup naar binnen aan het werken was. Ik legde haar uit dat het de bedoeling is dat je de gebakken aardappel in de saus dipt en dan in zijn geheel op eet. Ze begreep het en liet aan ons zien wat ze had geleerd. Daarnaast at ze een kommetje met tofu, Chinese champions, rode ui, knoflook, koriander en sojasaus. Oh, nee, de koriander mocht ik opeten! Maar de rode ui en een stukje knoflook at ze tot mijn verbazing op.

Note: Amé is 2 jaar en 7 maanden en ik ben supertrots op haar!!

Opvoeding: hoe kan het beter? 6 Aandachtspunten!

Dit schrijven heeft zich stukje bij beetje gevormd in speeltuinen, bibliotheken, in het bos, aan het strand, op bezoek bij gezinnen, op kinderdagverblijven, scholen en peuterspeelzalen. Het is een ode aan het kind, aan de natuurlijke wijsheid en speelsheid van het kind. Aan het kind waarvan de ruimte te vaak en teveel wordt beperkt. Beperkt door het menselijke denken. De grootste menselijke belemmering; negatieve communicatie dat voortkomt uit angst. Angst voor dat het welzijn van het kind wordt geschaad. De ironie druipt ervan af. We willen het goed doen, maar het tegenovergestelde wordt bereikt. Kinderen worden onzeker.

Luisteren we wel naar het kind? Of gaan we automatisch uit van wat wij hebben geleerd? Misschien hebben wij het wel foutief aangeleerd. Misschien heeft het ons, ons hele leven belemmerd zonder dat we hier bewust van zijn. Willen wij dit doorgeven aan onze kinderen? Ik denk het niet. Ook met de beste wil, blijft het moeilijk, blijft het een uitdaging om een kind vrij op te voeden. Natuurlijk heeft een kind grenzen nodig. Maar de grenzen zijn breder en wijder dan wij denken dat ze zijn. Daar heb je het weer. Ons denken.

Als we ons denken nu eens opzij zetten, parkeren en de tijd nemen om naar ons kind te kijken, werkelijk te zien en naar te luisteren. Dan vertelt het kind ons veel. Heel veel. Zoveel dat je geen opvoedingsboeken meer hoeft te lezen. Het kind is wijs en wil alleen maar gezien worden. In dit stuk zal ik omschrijven wat ik tegen ben gekomen. Waarvan ik graag wil dat opvoeders hier eens stil bij staan, het bediscussiëren als ze dit willen en het uiteindelijk bewust gaan toepassen.

1. Kinderen met elkaar vergelijken
Het ene kind doet het niet beter dan de andere. Ze zijn zichzelf in de omstandigheden waarin ze worden geboren. Wie bepaalt of ze het goed doen? En vanaf wanneer ze het moeten doen? De opvoeders. We denken het beter te weten. We hebben verwachtingen. We hebben normen en waarden. En het kind dient zich altijd te vormen naar wat de opvoeders willen terug zien. Als het kind in de buurt van een ander kind komt, beginnen de zwaailichten te loeien: de vergelijkingen vliegen over de tafel. ‘Goh, kan hij al zelfstandig eten? Wat goed! Dat kan mijn zoon niet hoor. Hij gooit alles ernaast. Of: ‘Oh, draagt zij nog een luier? Mijn dochter is al een half jaar zindelijk.’

De kinderen in kwestie horen het. Er wordt over hen gepraat alsof zij er niet zijn. De frustratie, irritatie, machteloosheid en eventuele boosheid weerklinkt in de vergelijkingen die worden gedaan. Dat is wat het kind hoort. Dat is niet leuk. Dat is absoluut niet constructief. Daar worden ze alleen nog maar rebelser van en nog erger: verdrietig.

Wat je wel kunt doen, is het bespreekbaar maken van wat er in jouw ogen niet goed gaat. Stel open vragen aan het kind. Als hij niet wilt eten, wilt hij niet eten. Dan wil hij blijkbaar iets anders doen. Laat ‘m dat doen en biedt hem op een later tijdstip eten aan. Beweeg met hem mee. Speel, maak contact  en toon interesse. Vertel verhalen. Positieve verhalen. Vraag jezelf ook af of hij je iets duidelijk wilt maken. Verschuilt er achter het rebelse gedrag een behoefte waar niet aan is beantwoord? Als je het echt niet meer weet, laat dan iemand meekijken in het gezin en sta open voor de feedback.

2. Negatieve communicatie: niet doen
‘Nee, niet daarheen. Hier blijven’,
‘Niet via deze kant de glijbaan op. Je kan vallen!’,
‘Jongens, niet door de gangen rennen’ (schoolgebouw),
‘Niet op de grond gooien, dat mag niet’

Wat mag nog wel? Kinderen barsten doorgaans van de energie en willen alles uitproberen. Ze zoeken de uitdaging vanuit verschillende perspectieven. Hoe onbezonnen, onbevangen en vrij! Zo willen wij toch ook zijn? Waarom beperken we het kind dan in zijn tocht naar nieuwe ontdekkingen? Omdat we bang zijn. Bang dat ze vallen en dat ze zich bezeren. Lege gangen in een schoolgebouw nodigen uit tot rennen. Rennen, zodat je na de sprint over de vloer kan glijden. Grote mensen glijden niet meer. Zij willen overal overzicht en controle over hebben. Zelfs over hoe je het beste kan spelen.

Natuurlijk hebben wij, grote mensen, de opvoeders van onze kinderen wel wat geleerd van het leven. Wij streven naar liefdevolle en zelfverzekerde kinderen. Alleen schort het af en toe nog aan de uitvoering hiervan. Zoals in het volgende simpele voorbeeld: we willen meer ontspanning in ons leven, maar plannen dan toch vijf van de zeven avonden in de week vol met activiteiten. Zo bereik je je doel niet.

Net zoals we onze kinderen van alles en nog wat verbieden (wij bepalen hun grenzen!) en hen willen behoeden voor ‘gevaar’. In de situaties waarvan jij echt vindt dat de grens is bereikt, leg dan uit waarom je dat van het kind wilt. Geef bovendien alternatieven. Wat mag het kind dan wel doen in zo’n situatie?

3. Hygiëne: ‘Dit is vies!’ 
Zodra je in het wereldbeeld van het kind stapt, is alles mogelijk. Alles! Ze willen graaien in de yoghurt en dit op hun gezicht uitsmeren. Ze doen stiften (met de dop eraf) in een beker met appelsap. Ze willen met hun kleren aan het bad in stappen. Ze stoppen blokken in hun potje. Stampen in de plassen. Ruiken aan hun poep. Aan het gras trekken. Schelpengruis vermengd met zand meenemen in hun jaszakken. Verf op hun armen smeren en ga zo maar door.

Ook deze zaken maken deel uit van de ontdekkingstocht. De tocht naar zelfverwezenlijking. Wat is het en hoe voelt het voor mij? Vind ik dit leuk? Opvoeders vinden het ronduit lastig. Lastig dat het kind ook ‘deze viezigheid’ wilt ontdekken. Ja, want wij ‘moeten’ het weer schoonmaken. Ten eerste vind ik dat we dankbaar mogen zijn dat we überhaupt de kans hebben gekregen dat we aan het poetsen worden gezet. Een kind, een nieuw leven, is een wonder. Zien vanuit het wereldbeeld van het kind is verfrissend en verrassend. Door in dit wereldbeeld te stappen, zijn we weer in staat om ons te verwonderen over wat voor ons alweer ‘normaal’ was geworden.

Met kleren aan in bad stappen, herinnert ons eerder aan afzwemmen voor zwemdiploma B, in plaats van dat we het ooit zelf wilde uitproberen. Onze dochter van twee kwam met dit idee. De eerste keer was ik zo verbaasd dat ik er niet op inging en het inderdaad maar een lastig idee vond. Tijdens de eerstvolgende bad-sessie mocht ze het uitproberen. Met al haar schone kleren in bad. Tot twee keer toe ging ze zitten, omdat wij (papa en mama) het zo leuk vonden, maar uiteindelijk bleef ze liever staan en vroeg of haar kleren uit mochten. Bijzonder!

4. Snapt hij dit?
Hoe kan het toch dat opvoeders kunnen geloven dat kinderen dom zijn. Dat ze niks snappen. Kinderen begrijpen alles, mits je als ouder het geduld hebt en de tijd neemt om het uit te leggen. Ouders brengen hun eigen stress en angsten over op hun kinderen. Het effect van mijn angst werd mij duidelijk toen, wederom mijn dochter van twee, in haar hoofd had gehaald om de treden van een glijbaan te beklimmen. Deze glijbaan was bestemd voor oudere kinderen.

De treden stonden namelijk iets verder van elkaar verwijderd. Op drie meter afstand zag ik haar de treden beklimmen. Zelfverzekerd en bewust en helemaal overtuigd van haar kunnen. Mijn angst nam de overhand en ik liep naar haar toe. Vanaf het moment dat ik naar haar toeliep, kroop ze naar beneden. Ik was mij bewust van mijn angst en zei: ‘Ga maar, je kan het. Ik weet dat je het kan. Klim maar.’ Helaas was het leed al geschied. Ze had besloten terug te gaan. Ze schudde met haar hoofd en haar lichaam sprak twijfel uit.

Kinderen voelen negatieve emoties vlijmscherp aan. Dus je vindt me dom, dan laat ik wel eens even zien hoe dom ik ben en dat ik het helemaal niet leuk vind dat jij dat vindt! Ze gaan dwars liggen en dan worden ze gelabeld met ‘ongehoorzaam’, ‘domoor’ of ‘lastige eter’. Of ze durven niks meer. Ze trekken zich terug en worden bang. Bang om te exploreren. Nieuwsgierig zijn en erop uit gaan. Dit is wat een kind een kind maakt. Met onze angsten en stress infiltreren we hun kind-zijn. We pakken af wat hen is gegeven. Een gift. Het geschenk om te ontdekken wie ze zijn en wat ze kunnen.

5. Wensen en verwachtingen
Opvoeders willen op zijn minst dat hun kind zich netjes gedraagt. Dat ze beleefd zijn. Dat ze weten wanneer ze ‘dank je wel’ en ‘alstublieft’ dienen te zeggen. Dat ze al kunnen schrijven en lezen, voordat ze naar school gaan. Dat ze slapen wanneer de andere kinderen gaan slapen. (kinderdagverblijf) En dat het beleefd is om iemand te groeten met een kus, hand of knuffel.

Het hebben van wensen en verwachtingen is heel vermoeiend. Vermoeiend voor de opvoeder, omdat je geneigd bent om te corrigeren wanneer het kind niet doet wat hij in jouw ogen dient te doen. Hiernaast is het vermoeiend voor het kind om aan te horen én vooral aan te voelen dat hij iets niet goed doet. Hiermee is het zaadje voor een eventueel minderwaardigheidscomplex geplant.

Het kind heeft ook een wens: het zich kunnen ontwikkelen in zijn eigen tempo. Als je werkelijk belang hecht aan voorgenoemde zaken als ‘iemand groeten’ wees dan zelf het voorbeeld. Laat zien wat je terug wilt zien. Het kind bepaalt wanneer hij het gedrag gaat vertonen. Misschien niet nu, maar op een later moment, wanneer hij voelt dat het volledig uit zichzelf mag komen in plaats van dat het wordt geforceerd en verlangd.

6. Behoefte om te helpen
Een laatste aandachtspunt is de behoefte van de opvoeder om het kind te helpen. Wij willen hen overal bij helpen, terwijl de meeste kinderen ernaar snakken om het ‘trail and error’ proces zelf te ondergaan. Ze willen zien waarom iets niet werkt en waarom je het inderdaad anders moet doen. Bijvoorbeeld met het maken van een puzzel, handen wassen met zeep, de trap op- of afkruipen en zichzelf aankleden.

Het mooie is dat kinderen leven in een tijdloze wereld. De behoefte om het kind te helpen wordt namelijk groter wanneer de opvoeder stress ervaart door tijd-deadlines. Op de gekste momenten willen kinderen iets uitproberen. Haal dan diep adem, tel tot 3 en laat hem zijn ding even doen. Daarna gaat de jas makkelijker aan en zal het kind met jou mee bewegen. Geef hem het gevoel dat hij er mag zijn met zijn wensen.

Zodra het kind voelt dat hij er mag zijn, in zijn tempo mag ontwikkelen en dat zijn opvoeder vertrouwen in hem heeft, zal het kind je doen verbazen van wat hij zichzelf allemaal aan kan leren. Trek niet aan het gras, maar voed het van onderen en heb er vertrouwen in dat het groeit. Wat is nu de balans tussen helpen en niet helpen? Als je hem altijd maar blijft helpen, kan het zijn dat hij op zijn achtste nog zijn billen laat afvegen door de opvoeder of op zesjarige leeftijd alleen zijn mond open doet tijdens het eten, wachtend op de lepel met eten die zijn opvoeder hem aanreikt.

‘Niet helpen’ is weer het andere uiterste van het verhaal. Het kind steunt op jouw zorg en toewijding. Hij heeft hulp nodig, maar tegelijkertijd ook de ruimte om zich te ontwikkelen. Eventueel inzien dat jouw behoefte om te helpen hier en daar minder mag zijn, betekent niet dat je nooit meer hoeft te helpen. Voed het positieve gedrag door er juist wel te zijn wanneer het kind je nodig heeft. Als hij om hulp vraagt, ben jij er om het te geven.

Wanneer kinderen het gevoel krijgen dat ze iets niet goed doen en in het ergste geval; nooit goed doen, dan durven ze niet meer te vertrouwen op hun eigen kunnen. Wees kritisch naar jezelf als opvoeder en ga voor jezelf na op welke gebieden je jouw eigen gedrag kan omkeren. Door ander gedrag; open en positief gedrag richting het kind te vertonen, krijg je op den duur andere reacties terug. Reacties waar je hoogstwaarschijnlijk meer mee kan. Het contact tussen opvoeder en kind is liefdevoller waardoor het kind voor zichzelf kan opkomen, vragen kan stellen en aangeven waar hij behoefte aan heeft.

Het kind vormt namelijk een spiegel van je kwaliteiten én je belemmeringen. Het is nooit te laat om de opvoeding anders aan te pakken. Door jouw opvoedingsfouten te erkennen en toe te geven aan jezelf en aan het kind, komen opvoeder en kind weer nader tot elkaar. Hierdoor wordt het kind erkend in de gevoelens van frustratie en irritatie die hij had gevoeld en tot uiting had gebracht om iets te krijgen waarvan hij het moeilijk vond om het te verwoorden.

En zeg nou zelf, met je gezicht in het zand vallen waarna je gezicht volledig bedekt is met zandkorrels is een ware ontdekking. Of liggen in nat gras en met geen enkel woord mekkeren over hoe nat het wel niet was. Graaien in een bak met kralen om hierna een hand vol met kralen op de vloer te laten vallen. Dat is toch veel leuker dan het daadwerkelijk iets creëeren met de kralen! Laat het kind, kind zijn en wees dankbaar voor zijn lessen.

Ik ben benieuwd wat jij van deze aandachtspunten vindt!