Ik heb behoefte aan contact

Hieronder lees je een reflectieverslag van een dame die ik in vijf maanden tijd enorme stappen heb zien maken. Ik ben zo ongelofelijk trots op haar. 

Daar is ie dan eindelijk, mijn reflectieverslag. De laatste sessie bij Chungmei hebben we de voorgaande periode geëvalueerd, daar had ik om gevraagd. Het is goed om alles nog eens op een rijtje te zetten. Dat geeft mij overzicht en helderheid.

Ik ben ontzettend blij dat ik met dit traject begonnen ben en hoewel er veel gebeurd is, heb ik het idee dat dit nog maar het begin is. Ik heb veel zin om door te gaan met deze persoonlijke en emotionele ontwikkelingen. Ik denk trouwens dat je daar nooit mee klaar bent. Tenminste, iedere keer krijg ik weer nieuwe inzichten en ik vind het ook erg leuk om mezelf zo te ontdekken. Het feit dat ik me heb durven openstellen op bepaalde vlakken is al een heel wat. Al merk ik dat ik daar soms nog best moeite mee heb, het is nog geen automatisme.

Afgelopen vrijdag was nog een goed voorbeeld. Ik had met twee vriendinnen samen gegeten en toen we naar huis gingen vroeg eentje wat we zoal met de feestdagen gingen doen, Kerst en oud & nieuw. En of ik oud & nieuw naar mijn ouders of zus zo gaan of dat ik alleen thuis was. Dus toen zei ik dat ik alleen thuis zou blijven. Toen zei ze spontaan, nou dan kom je toch bij ons, wij zijn ook lekker thuis (ze is begin dit jaar bevallen van haar eerste kindje).

Mijn gevoel zei gelijk, yeah, dat zou ik heel erg fijn vinden, maar wat antwoord ik dan: ja, weet je dat wel zeker, en zachtjes zei ik, ja dat zou ik wel leuk vinden.

Dus ik durf mezelf nog niet spontaan te laten gaan. Dit valt ook in de categorie ‘wie zit er nu op mij te wachten’. Ik denk dan al gauw dat ik iemand tot last ben of dat ik niet iets echt bij te dragen heb. Maar de volgende dag appte ze nog, dat ze het erg gezellig zouden vinden als ik kom. Dat was erg fijn om te horen.

Eén van de punten waar we uiteindelijk op uitkwamen door de gesprekken en de rebirthing sessies is dat ik behoefte heb aan contact, geen oppervlakkige contact, maar meer diepgaander. En dat ik me toch wel eenzaam of alleen voel. Dit gevoel is niet altijd aanwezig, maar komt regelmatig terug.

Ik ben er ook achter gekomen dat ik het weer heerlijk vind om te studeren, dat geeft zo’n voldaan gevoel en het geeft ook richting. Ik was al langer bezig met voeding en bij één van de sugarchallenge-sessies die ik gedaan had werd ook gevraagd naar mijn ‘why’. Ik wist mijn ‘why’ niet. Maar een tijdje geleden, ik was heerlijk aan het wandelen buiten en ineens bedacht ik me dat ik wel mijn ‘why’ wist.

Uit ervaring weet ik dat deze suikervrije levensstijl voor mij gewoon werkt.

Het heeft me ook gebracht bij de sessies van Chungmei. Daarvoor was mijn geest nooit helder genoeg om dit allemaal te kunnen beseffen. Er is zoveel ten goede voor mij veranderd sinds ik dus die suikervrije levensstijl heb. Ik zou het ontzettend leuk vinden om dit op anderen over te brengen. Een soort missie ook. Net als jij Chungmei zo graag wil dat mensen zich vrij voelen, gun ik het zoveel mensen dat ze zich beter voelen alleen al door anders te gaan eten. Ik zie dat helemaal voor me en daar krijg ik energie van.

Dit is mijn ‘why’ dacht ik ineens. Dit is wel een heel mooi iets om het jaar mee te kunnen eindigen; weten wat ik wil en waar ik blij van word.

Al met al veel gebeurd dit jaar en ik ben overal even blij mee, met alle gebeurtenissen en stappen die ik heb gemaakt. Ik wil heel graag verder met het ontdekken wat mij nu belemmert om een liefdesrelatie aan te gaan en waarom ik daar zo angstig voor ben. Terwijl ik dat diep in mijn hart heel graag wil.

Ik kijk uit naar het komende jaar! Chungmei heel erg bedankt voor je begeleiding en steun, dat heeft me heel goed gedaan!

Wil je verandering in je leven? Ben je benieuwd welke schatten er in jou verborgen liggen? Ben je klaar voor het maken van gezonde keuzes?

Ga voor een introductiesessie!
Klik hier voor meer informatie & het maken van een afspraak. 

HSP: meisje, wat ben jij gevoelig

10426796_632621836849514_1737437360648695895_n

Aanstaande zaterdag 11 april geef ik de workshop emotiemanagement voor hooggevoeligen in Den Haag. Geïnteresseerden konden een motivatiebrief inzenden om een kans te maken op deelname aan deze workshop. Uit de inzendingen heb ik acht deelnemers uitgenodigd. Na de sluitingsdatum van het inzenden van de motivatiebrief ontving ik een aantal e-mails van dames! (waar zijn toch de hooggevoelige heren?) met de vraag of ze aan deze workshop konden deelnemen. Wat een welkome verrassing! Natuurlijk, de ruimte die ik had afgehuurd was groot genoeg.

Hieronder de motivatiebrieven van twee deelnemers:

“Op mijn 16e kwam er een vrouw naar me toe en die zei “meisje, wat ben jij gevoelig ” waarop ik haar ietwat vreemd aankeek. Ze raadde mij het boek aan van Elaine N. Aaron en dat heb ik toen gekocht. Er werden heel wat dingen duidelijk en heb dat boek ook met heel wat tranen gelezen. Ik was niet anders zoals mensen vaak zeiden ik was niet raar wat ik mezelf vond; ik was een hooggevoelig persoon. In de loop der jaren heb ik mijn leven steeds iets meer daarop aangepast en begin ik mezelf steeds beter te begrijpen. Ik ben inmiddels 33 en heb een lieve man en twee mooie zoontjes waarvan in de leeftijd van 2,5 en 6 maanden. Ik leef nog veel in gedachten en zou het graag iets makkelijker naar buiten brengen zonder dat ik bang ben wat iedereen van me vindt. Ik ga ook helemaal op in het verzorgen van mijn man en kinderen en kan moeilijk voor mezelf kiezen in de trant van “als zij gelukkig zijn, ben ik dat ook”, maar ik weet dat als ik gelukkig ben, zij dat ook van mij worden. Daar worstel ik nog weleens mee.”

“Gevoelig? Ja, dat ben ik. Hooggevoelig is kennelijk anders; iets waar je behoorlijk last van kunt hebben. Een vrijwilliger met wie ik samenwerk in het theater weet het zeker: jij bent hooggevoelig!

De burn-out die er dan ook wel bij zal horen, heeft mijn kwetsbaarheid pijnlijk bloot gelegd. Dag in, dag uit verkeerden mijn hoofd en daarmee mijn lijf in een staat van paniek. Toch nam ik belangrijke beslissingen. Beslissingen die mijn leven overhoop hebben gegooid. Inmiddels ben ik een compleet nieuwe weg ingeslagen. Ik ben 50+ , volg een opleiding in de zorg, en worstel dagelijks met mijn kwetsbaarheid. Ik doe wat ik doe vol overgave, maar waar zijn mijn grenzen? Waar ben ik gebleven? Waarom durf ik mijn emoties en gedachten geen woorden te geven? Wat belet me om overtuigend ‘aanwezig’ te zijn? Dat, wat ik het liefste wil….

Van binnen verschuilt zich een intense behoefte om liefde te geven, de behoefte aan volwaardige relaties. Hoe stop ik de eindeloze gedachtestroom, of liever hoe kan ik gewoon (durven) zeggen wat ik voel en belangrijk vind en daar dan ook eens van genieten? Waarom houd ik eerst rekening met de gevoelens van de ander, waardoor ik verstrikt raak? Hoe vind ik rust om gewoon even lekker bij mezelf te zijn? Komen al deze vragen voort uit hooggevoeligheid? En is er werkelijk een manier om het licht te maken, het als een ‘talent’ te ervaren? Als een ontpoppende vlinder – kleurrijk, kwetsbaar en in vrijheid fladderend? Ik weet niet, maar de ‘opbrengsten’ van de workshop, zijn hoopvol. Zou het werkelijk mogelijk zijn?”

Nogmaals bedankt voor het inzenden van jullie motivatiebrieven. Ik kijk uit naar onze ontmoeting!

Lijkt het je wat om deel te nemen aan een workshop of training over hooggevoeligheid? Zo, ja, kijk eens op de Orchid of Life Agenda om te zien of er iets voor jou tussenstaat. 

HSP: gevoelsbeslissingen durven nemen

kind

Na bijna twee maanden geen workshop te hebben gegeven, stond ik te popelen. Ik mocht weer mijn verhaal doen en luisteren naar andermans hooggevoelige verhalen. Telkens weer komen mensen bij elkaar die elkaar net dat steuntje in de rug kunnen bieden. Magisch. Kippenvel. Ik heb het over de dertiende editie van de workshop emotiemanagement voor hooggevoeligen die dit keer in Utrecht plaatsvond.

Het is maar goed dat Elaine Aron 23 jaar geleden het onderzoek naar hooggevoeligheid was gestart naar aanleiding van een opmerking van haar collega. Het levert namelijk zoveel positieve herkenning op voor de mensen die zichzelf jarenlang als een rare vogel hebben gezien. Haar collega merkte op dat Elaine hooggevoelig zou kunnen zijn. Hooggevoelig? Wat is dat? Is dat hetzelfde als introvert zijn? Nee, het was niet hetzelfde, hooggevoelig zijn was wel degelijk een opzichzelfstaand begrip dat interessant genoeg bleek te zijn om nader te onderzoeken.

Uit haar onderzoek is onder andere gebleken dat 70% van de hooggevoeligen introvert zijn en de resterende 30% is extravert. En de aanleiding dat mensen zichzelf als introvert zagen, was waarschijnlijk omdat zij zichzelf voor een teveel aan prikkels wilden beschermen. Ben je dan wel 100% introvert of schuilt er een persoon in jou die wil schitteren, die ook zijn verhaal wil delen? Ik ben overtuigd van dit laatste.

Tijdens deze workshop kwamen diverse thema’s voorbij; hooggevoelige kinderen opvoeden als hooggevoelige ouder, een hooggevoelig sociaal leven, gevoelsbeslissingen durven nemen, herkenning en acceptatie van jouw hooggevoelige zelf, omgaan met veranderingen en hoe een diepgaande persoonlijke ontwikkeling bijdraagt aan een leven die voldoet aan jouw normen en waarden. Na dertien van deze workshops te hebben gegeven, kan ik je zeggen dat alles wat voorbij komt mij nog steeds verrast. Elk verhaal heeft zijn eigen kleur, zijn eigen twinkeling, zijn eigen unieke geur en muziek.

Heb je interesse om deze workshop bij te wonen? Dit najaar zal ik in Eindhoven, Utrecht en Groningen zijn om deze workshop te geven. Klik hier voor de Orchid of Life Agenda.

Opvoeding: hoe kan het beter? 6 Aandachtspunten!

Dit schrijven heeft zich stukje bij beetje gevormd in speeltuinen, bibliotheken, in het bos, aan het strand, op bezoek bij gezinnen, op kinderdagverblijven, scholen en peuterspeelzalen. Het is een ode aan het kind, aan de natuurlijke wijsheid en speelsheid van het kind. Aan het kind waarvan de ruimte te vaak en teveel wordt beperkt. Beperkt door het menselijke denken. De grootste menselijke belemmering; negatieve communicatie dat voortkomt uit angst. Angst voor dat het welzijn van het kind wordt geschaad. De ironie druipt ervan af. We willen het goed doen, maar het tegenovergestelde wordt bereikt. Kinderen worden onzeker.

Luisteren we wel naar het kind? Of gaan we automatisch uit van wat wij hebben geleerd? Misschien hebben wij het wel foutief aangeleerd. Misschien heeft het ons, ons hele leven belemmerd zonder dat we hier bewust van zijn. Willen wij dit doorgeven aan onze kinderen? Ik denk het niet. Ook met de beste wil, blijft het moeilijk, blijft het een uitdaging om een kind vrij op te voeden. Natuurlijk heeft een kind grenzen nodig. Maar de grenzen zijn breder en wijder dan wij denken dat ze zijn. Daar heb je het weer. Ons denken.

Als we ons denken nu eens opzij zetten, parkeren en de tijd nemen om naar ons kind te kijken, werkelijk te zien en naar te luisteren. Dan vertelt het kind ons veel. Heel veel. Zoveel dat je geen opvoedingsboeken meer hoeft te lezen. Het kind is wijs en wil alleen maar gezien worden. In dit stuk zal ik omschrijven wat ik tegen ben gekomen. Waarvan ik graag wil dat opvoeders hier eens stil bij staan, het bediscussiëren als ze dit willen en het uiteindelijk bewust gaan toepassen.

1. Kinderen met elkaar vergelijken
Het ene kind doet het niet beter dan de andere. Ze zijn zichzelf in de omstandigheden waarin ze worden geboren. Wie bepaalt of ze het goed doen? En vanaf wanneer ze het moeten doen? De opvoeders. We denken het beter te weten. We hebben verwachtingen. We hebben normen en waarden. En het kind dient zich altijd te vormen naar wat de opvoeders willen terug zien. Als het kind in de buurt van een ander kind komt, beginnen de zwaailichten te loeien: de vergelijkingen vliegen over de tafel. ‘Goh, kan hij al zelfstandig eten? Wat goed! Dat kan mijn zoon niet hoor. Hij gooit alles ernaast. Of: ‘Oh, draagt zij nog een luier? Mijn dochter is al een half jaar zindelijk.’

De kinderen in kwestie horen het. Er wordt over hen gepraat alsof zij er niet zijn. De frustratie, irritatie, machteloosheid en eventuele boosheid weerklinkt in de vergelijkingen die worden gedaan. Dat is wat het kind hoort. Dat is niet leuk. Dat is absoluut niet constructief. Daar worden ze alleen nog maar rebelser van en nog erger: verdrietig.

Wat je wel kunt doen, is het bespreekbaar maken van wat er in jouw ogen niet goed gaat. Stel open vragen aan het kind. Als hij niet wilt eten, wilt hij niet eten. Dan wil hij blijkbaar iets anders doen. Laat ‘m dat doen en biedt hem op een later tijdstip eten aan. Beweeg met hem mee. Speel, maak contact  en toon interesse. Vertel verhalen. Positieve verhalen. Vraag jezelf ook af of hij je iets duidelijk wilt maken. Verschuilt er achter het rebelse gedrag een behoefte waar niet aan is beantwoord? Als je het echt niet meer weet, laat dan iemand meekijken in het gezin en sta open voor de feedback.

2. Negatieve communicatie: niet doen
‘Nee, niet daarheen. Hier blijven’,
‘Niet via deze kant de glijbaan op. Je kan vallen!’,
‘Jongens, niet door de gangen rennen’ (schoolgebouw),
‘Niet op de grond gooien, dat mag niet’

Wat mag nog wel? Kinderen barsten doorgaans van de energie en willen alles uitproberen. Ze zoeken de uitdaging vanuit verschillende perspectieven. Hoe onbezonnen, onbevangen en vrij! Zo willen wij toch ook zijn? Waarom beperken we het kind dan in zijn tocht naar nieuwe ontdekkingen? Omdat we bang zijn. Bang dat ze vallen en dat ze zich bezeren. Lege gangen in een schoolgebouw nodigen uit tot rennen. Rennen, zodat je na de sprint over de vloer kan glijden. Grote mensen glijden niet meer. Zij willen overal overzicht en controle over hebben. Zelfs over hoe je het beste kan spelen.

Natuurlijk hebben wij, grote mensen, de opvoeders van onze kinderen wel wat geleerd van het leven. Wij streven naar liefdevolle en zelfverzekerde kinderen. Alleen schort het af en toe nog aan de uitvoering hiervan. Zoals in het volgende simpele voorbeeld: we willen meer ontspanning in ons leven, maar plannen dan toch vijf van de zeven avonden in de week vol met activiteiten. Zo bereik je je doel niet.

Net zoals we onze kinderen van alles en nog wat verbieden (wij bepalen hun grenzen!) en hen willen behoeden voor ‘gevaar’. In de situaties waarvan jij echt vindt dat de grens is bereikt, leg dan uit waarom je dat van het kind wilt. Geef bovendien alternatieven. Wat mag het kind dan wel doen in zo’n situatie?

3. Hygiëne: ‘Dit is vies!’ 
Zodra je in het wereldbeeld van het kind stapt, is alles mogelijk. Alles! Ze willen graaien in de yoghurt en dit op hun gezicht uitsmeren. Ze doen stiften (met de dop eraf) in een beker met appelsap. Ze willen met hun kleren aan het bad in stappen. Ze stoppen blokken in hun potje. Stampen in de plassen. Ruiken aan hun poep. Aan het gras trekken. Schelpengruis vermengd met zand meenemen in hun jaszakken. Verf op hun armen smeren en ga zo maar door.

Ook deze zaken maken deel uit van de ontdekkingstocht. De tocht naar zelfverwezenlijking. Wat is het en hoe voelt het voor mij? Vind ik dit leuk? Opvoeders vinden het ronduit lastig. Lastig dat het kind ook ‘deze viezigheid’ wilt ontdekken. Ja, want wij ‘moeten’ het weer schoonmaken. Ten eerste vind ik dat we dankbaar mogen zijn dat we überhaupt de kans hebben gekregen dat we aan het poetsen worden gezet. Een kind, een nieuw leven, is een wonder. Zien vanuit het wereldbeeld van het kind is verfrissend en verrassend. Door in dit wereldbeeld te stappen, zijn we weer in staat om ons te verwonderen over wat voor ons alweer ‘normaal’ was geworden.

Met kleren aan in bad stappen, herinnert ons eerder aan afzwemmen voor zwemdiploma B, in plaats van dat we het ooit zelf wilde uitproberen. Onze dochter van twee kwam met dit idee. De eerste keer was ik zo verbaasd dat ik er niet op inging en het inderdaad maar een lastig idee vond. Tijdens de eerstvolgende bad-sessie mocht ze het uitproberen. Met al haar schone kleren in bad. Tot twee keer toe ging ze zitten, omdat wij (papa en mama) het zo leuk vonden, maar uiteindelijk bleef ze liever staan en vroeg of haar kleren uit mochten. Bijzonder!

4. Snapt hij dit?
Hoe kan het toch dat opvoeders kunnen geloven dat kinderen dom zijn. Dat ze niks snappen. Kinderen begrijpen alles, mits je als ouder het geduld hebt en de tijd neemt om het uit te leggen. Ouders brengen hun eigen stress en angsten over op hun kinderen. Het effect van mijn angst werd mij duidelijk toen, wederom mijn dochter van twee, in haar hoofd had gehaald om de treden van een glijbaan te beklimmen. Deze glijbaan was bestemd voor oudere kinderen.

De treden stonden namelijk iets verder van elkaar verwijderd. Op drie meter afstand zag ik haar de treden beklimmen. Zelfverzekerd en bewust en helemaal overtuigd van haar kunnen. Mijn angst nam de overhand en ik liep naar haar toe. Vanaf het moment dat ik naar haar toeliep, kroop ze naar beneden. Ik was mij bewust van mijn angst en zei: ‘Ga maar, je kan het. Ik weet dat je het kan. Klim maar.’ Helaas was het leed al geschied. Ze had besloten terug te gaan. Ze schudde met haar hoofd en haar lichaam sprak twijfel uit.

Kinderen voelen negatieve emoties vlijmscherp aan. Dus je vindt me dom, dan laat ik wel eens even zien hoe dom ik ben en dat ik het helemaal niet leuk vind dat jij dat vindt! Ze gaan dwars liggen en dan worden ze gelabeld met ‘ongehoorzaam’, ‘domoor’ of ‘lastige eter’. Of ze durven niks meer. Ze trekken zich terug en worden bang. Bang om te exploreren. Nieuwsgierig zijn en erop uit gaan. Dit is wat een kind een kind maakt. Met onze angsten en stress infiltreren we hun kind-zijn. We pakken af wat hen is gegeven. Een gift. Het geschenk om te ontdekken wie ze zijn en wat ze kunnen.

5. Wensen en verwachtingen
Opvoeders willen op zijn minst dat hun kind zich netjes gedraagt. Dat ze beleefd zijn. Dat ze weten wanneer ze ‘dank je wel’ en ‘alstublieft’ dienen te zeggen. Dat ze al kunnen schrijven en lezen, voordat ze naar school gaan. Dat ze slapen wanneer de andere kinderen gaan slapen. (kinderdagverblijf) En dat het beleefd is om iemand te groeten met een kus, hand of knuffel.

Het hebben van wensen en verwachtingen is heel vermoeiend. Vermoeiend voor de opvoeder, omdat je geneigd bent om te corrigeren wanneer het kind niet doet wat hij in jouw ogen dient te doen. Hiernaast is het vermoeiend voor het kind om aan te horen én vooral aan te voelen dat hij iets niet goed doet. Hiermee is het zaadje voor een eventueel minderwaardigheidscomplex geplant.

Het kind heeft ook een wens: het zich kunnen ontwikkelen in zijn eigen tempo. Als je werkelijk belang hecht aan voorgenoemde zaken als ‘iemand groeten’ wees dan zelf het voorbeeld. Laat zien wat je terug wilt zien. Het kind bepaalt wanneer hij het gedrag gaat vertonen. Misschien niet nu, maar op een later moment, wanneer hij voelt dat het volledig uit zichzelf mag komen in plaats van dat het wordt geforceerd en verlangd.

6. Behoefte om te helpen
Een laatste aandachtspunt is de behoefte van de opvoeder om het kind te helpen. Wij willen hen overal bij helpen, terwijl de meeste kinderen ernaar snakken om het ‘trail and error’ proces zelf te ondergaan. Ze willen zien waarom iets niet werkt en waarom je het inderdaad anders moet doen. Bijvoorbeeld met het maken van een puzzel, handen wassen met zeep, de trap op- of afkruipen en zichzelf aankleden.

Het mooie is dat kinderen leven in een tijdloze wereld. De behoefte om het kind te helpen wordt namelijk groter wanneer de opvoeder stress ervaart door tijd-deadlines. Op de gekste momenten willen kinderen iets uitproberen. Haal dan diep adem, tel tot 3 en laat hem zijn ding even doen. Daarna gaat de jas makkelijker aan en zal het kind met jou mee bewegen. Geef hem het gevoel dat hij er mag zijn met zijn wensen.

Zodra het kind voelt dat hij er mag zijn, in zijn tempo mag ontwikkelen en dat zijn opvoeder vertrouwen in hem heeft, zal het kind je doen verbazen van wat hij zichzelf allemaal aan kan leren. Trek niet aan het gras, maar voed het van onderen en heb er vertrouwen in dat het groeit. Wat is nu de balans tussen helpen en niet helpen? Als je hem altijd maar blijft helpen, kan het zijn dat hij op zijn achtste nog zijn billen laat afvegen door de opvoeder of op zesjarige leeftijd alleen zijn mond open doet tijdens het eten, wachtend op de lepel met eten die zijn opvoeder hem aanreikt.

‘Niet helpen’ is weer het andere uiterste van het verhaal. Het kind steunt op jouw zorg en toewijding. Hij heeft hulp nodig, maar tegelijkertijd ook de ruimte om zich te ontwikkelen. Eventueel inzien dat jouw behoefte om te helpen hier en daar minder mag zijn, betekent niet dat je nooit meer hoeft te helpen. Voed het positieve gedrag door er juist wel te zijn wanneer het kind je nodig heeft. Als hij om hulp vraagt, ben jij er om het te geven.

Wanneer kinderen het gevoel krijgen dat ze iets niet goed doen en in het ergste geval; nooit goed doen, dan durven ze niet meer te vertrouwen op hun eigen kunnen. Wees kritisch naar jezelf als opvoeder en ga voor jezelf na op welke gebieden je jouw eigen gedrag kan omkeren. Door ander gedrag; open en positief gedrag richting het kind te vertonen, krijg je op den duur andere reacties terug. Reacties waar je hoogstwaarschijnlijk meer mee kan. Het contact tussen opvoeder en kind is liefdevoller waardoor het kind voor zichzelf kan opkomen, vragen kan stellen en aangeven waar hij behoefte aan heeft.

Het kind vormt namelijk een spiegel van je kwaliteiten én je belemmeringen. Het is nooit te laat om de opvoeding anders aan te pakken. Door jouw opvoedingsfouten te erkennen en toe te geven aan jezelf en aan het kind, komen opvoeder en kind weer nader tot elkaar. Hierdoor wordt het kind erkend in de gevoelens van frustratie en irritatie die hij had gevoeld en tot uiting had gebracht om iets te krijgen waarvan hij het moeilijk vond om het te verwoorden.

En zeg nou zelf, met je gezicht in het zand vallen waarna je gezicht volledig bedekt is met zandkorrels is een ware ontdekking. Of liggen in nat gras en met geen enkel woord mekkeren over hoe nat het wel niet was. Graaien in een bak met kralen om hierna een hand vol met kralen op de vloer te laten vallen. Dat is toch veel leuker dan het daadwerkelijk iets creëeren met de kralen! Laat het kind, kind zijn en wees dankbaar voor zijn lessen.

Ik ben benieuwd wat jij van deze aandachtspunten vindt!

Opvoeden vanuit liefde

Na een stranddag is het heerlijk om Amé in bad te doen. Zij vindt het ook heerlijk. Lekker met water, blokken, kopjes en theepot spelen. De laatste keren vond ze het minder leuk om water over haar gezicht te krijgen. Nee, waarschijnlijk laat ze het nu duidelijker merken. Toen ze kleiner was, gooide ik een beker water over haar hoofd en maakte direct met een washandje haar gezicht droog. Nu knijp ik een washandje boven haar hoofd uit en ga met hetzelfde washandje over haar gezicht heen. Om haar wat rust te gunnen, wrong ik het washandje uit en hing het over het bad. Kort hierna zag ik mijn kans schoon en kneep ik weer een washandje boven haar hoofd uit. Hahaha…Amé zei knipperend met haar ogen: ‘Wil je ophangen?’

Het viel me op dat ze ons woordgebruik letterlijk overneemt. In plaats van te gaan zeuren en te zeggen dat ze het niet leuk vindt, gaf ze op een positieve manier aan hoe ze het anders wilde hebben. De zin ‘’wil je ophangen?’’ omvat zoveel. Hiermee geeft ze op een positieve manier aan dat ze het onprettig vindt dat het water over haar gezicht loopt en gaf ze mij een alternatief wat te doen met het washandje.

Precies zo zijn we haar aan het opvoeden. Vanaf baby af aan communiceren we op positieve wijze met haar. Als ze begon te trekken aan de bladeren van de plant kon ze beter de bladeren aaien of ervan wegkruipen. Als ze het keukenkastje waar de schoonmaakmiddelen in staan open deed, sloot ik de deur en vertelde erbij dat het schoonmaakmiddelen zijn. Een goedje om de afwas te doen of de vloer te dweilen. Daarnaast vertelden we aan haar dat ze beter ergens anders mee kan spelen. Of als ze op het strand zand in haar mond krijgt, doordat ze haar vingers in de mond stopt, dan zeggen wij “neem een slok water en spoel je mond om en hou je vingers uit je mond” in plaats van “dat is vies, doe je vingers niet in je mond”.

Dit laatste voelt aan als een straf. Je hebt iets verkeerds gedaan, maar ze had helemaal niks verkeerds gedaan. Het was een impuls. Kinderen leren alles om hen heen kennen door middel van al hun zintuigen. Dat weten we allemaal, maar weten en doen; hier op een adequate manier op reageren, dat is vaak een wereld van verschil. De tastzin van de mond is een van de meest gebruikte tools om spullen te ontdekken. Als je dat weet dan kan het toch niet verkeerd zijn dat kinderen alles in hun mond stoppen. Ja, het is beter om sommige dingen niet in je mond te stoppen, maar dan kan je dit als ouder uitleggen.

Hiermee kom ik gelijk op een volgende belemmering die ik te vaak om mij heen heb gehoord ‘ze begrijpen het niet’. Kinderen begrijpen alles, mits je als ouder het geduld hebt en de tijd neemt om het uit te leggen. Hier schort het vaak aan. Ouders brengen hun eigen stress over op hun kinderen. Kinderen gaan dan vervolgens dwars liggen en dan worden ze gelabeld met van alles en nog wat. En hier worden ze ontzettend onzeker van. Door de mentale tikken die ze ontvangen, durven ze niet meer te vertrouwen op hun eigen kunnen. Laten we dit om gaan keren. Met zijn allen.

Ik ben benieuwd wat jij hiervan vindt!

Burn-out: misverstanden, pesterijen, stress en dan nog herstellen!

Met mijn leidinggevende, en nieuwe bedrijfsarts, heb ik nog heel veel meer gedoe gehad. Misverstanden, en pesterijen. Geen idee wat er in mijn leidinggevende gevaren is, waardoor ze zich zo idioot is gaan gedragen. Uiteindelijk bleek ook de tweede bedrijfsarts niet bestand tegen alle druk; zij is niet onpartijdig gebleven. Mijn re-integratie verliep chaotisch, niet goed, niet om mij te doen herstellen. Dit heeft de bedrijfsarts niet meer willen (h)erkennen, zij wilde mij te vroeg weer 100% laten werken. Enige uitweg: naar het UWV voor een 2nd opinion. Dat was wel heel erg drastisch.

Na drie maanden was ik alle gevecht, het moeten bewijzen dat ik ziek was, zo zat. Het vrat me werkelijk leeg, ik werd alleen maar zieker van alle strijd, pesterijen, stress. Ben enorm diep gegaan. Dat was enerzijds misschien wel nodig om te komen waar ik uiteindelijk ben, aan de andere kant heeft het er wel heel erg in gehakt.

Gaandeweg tot het besluit gekomen dat mijn baan opzeggen de enige juiste oplossing was. Ik moest daar weg, niet meer verbonden blijven met de negativiteit, maar me kunnen richten op de toekomst, mijn gezondheid, mooie dingen die er aan komen. Daar een aantal risico’s voor nemen, dat heb ik willen en durven doen.

Vorige week maandag naar mijn P&O-ster gestapt om dit te regelen. Men was zo meegaand, het was binnen een paar uur allemaal geregeld. Hun missie (mij weg te werken) geslaagd. Mijn missie ook: in juli maak ik mijn vakantiedagen op, in augustus heb ik onbetaald verlof en neem ik geld op uit mijn levensloop. Ik kan nu even echt uitrusten en dan langzaamaan weer gaan solliciteren en werken. Mijn eigen re-integratie dus.

In augustus ga ik langzaamaan beginnen met een freelanceklus van een week of zes. Leuk werk, en dus even heel erg ‘vrij’. Ik wil maar eens ervaren of ik het freelancen leuk genoeg vind om te blijven doen. Ik wil het voortaan bij een kleine(r wordende) kantoorbaan houden, zodat mijn shiatsupraktijk kan groeien. Ik kan in de loop van augustus mijn praktijk verhuizen naar een fysiotherapiepraktijk op de begane grond, bij mijn huis. Erg fijn vanwege de bereikbaarheid, en ik kan er uitbreiden tot iets van twee tot drie dagen in de week. Goed dus!

Note: anonieme inzending

Lees ook:
Blog: Overwerkt: verlies van concentratie en moe
Blog: Burn-out: met pijn en moeite ‘nee’ gezegd

Seminar Dromen Durven Doen

Op 8 januari heb ik Ben Tiggelaar tekeer zien gaan op het podium in het Beatrix Theater. In 2010 liep ik tegen een abri aan waarop dit publieksseminar werd aangekondigd. Het leek me een goede manier om 2011 een vliegende start te geven. Wat doe je met 1500 man, dacht ik. Natuurlijk laat je 1500 man zingen, bewegen, schreeuwen en daag je ze uit om doelen te stellen voor 2011!! Hier komt ie dan, mijn doelen voor 2011:

1. Zoveel mogelijk mensen begeleiden bij het realiseren van hun doelen.

2. Het schrijven van op zijn minst 1 eboek.

3. Net zo energiek worden als voor de zwangerschap.

4. Balans behouden tussen ons jonge gezinnetje, relatie met Arnold en werk.

5. Leuke & gezellige activiteiten verzinnen voor Capoeira Engenho the Hague group Communication op Facebook.

Oké, werk aan de winkel!! 🙂