Wel of niet vertellen dat je hooggevoelig bent?

Wel of niet vertellen dat je hooggevoelig bent? De keuze is aan jou.

Vertel het vooral aan mensen waarbij je het gevoel hebt dat ze je volledig kunnen ontvangen. Ze hoeven je niet te begrijpen of te geloven. Als ze het maar kunnen ontvangen en eventueel nog in staat zijn om vragen uit oprechte interesse te stellen.

Door bewust te kiezen voor de mensen aan wie je het wilt vertellen bespaar je jezelf een hoop kostbare energie en eventuele ellende.

Denk aan vervelende opmerkingen zoals: “dat is gewoon weer een of andere hype”, “dat zijn een stelletje losers die zichzelf een naampje hebben gegeven” of “betekent dit nu dat je niks meer aan kan”.

Je hebt wel wat beters te doen dan deze shit-energie te moeten verteren. Maar goed, soms moet je het een paar keer meemaken, voordat je goed aanvoelt wanneer je het wel of niet wilt vertellen.

De strijd zit ‘m vaak in dat je begrepen wilt worden, eerlijk wilt zijn en door eigen ervaring misschien wel voor een ander wilt opkomen. Maar als dit, keer op keer, ten koste gaat van jouw welzijn en energieniveau mag je je afvragen welke strijd je nu aan het leveren bent.

Die van je vader? Je moeder? Je grootouders? Je zussen of broers?

Kies bewust voor Wat je aan Wie vertelt en pluk vervolgens de vruchten van de relaties die je wilt onderhouden en je leven verrijken.

Met Com-Passie,

Chungmei Cheng

HSP Coach & Rebirther

http://www.orchidoflife.nl

Advertenties

HSP: stop! 8 tips om je kostbare energie terug te krijgen

Stop met het doen van dingen die je geen energie geven, die juist kostbare energie uit je zuigen. Om concreter te zijn: stop met het praten met mensen uit beleefdheid, terwijl je ondertussen denkt ‘wanneer kan ik er tussenuit piepen’.

Stop met het gaan naar familie verjaardagsfeestjes uit verplichting én onder het mom van ‘ik doe het voor de kinderen, voor de nichtjes onder elkaar’. Ik vraag je, wat is het nut van het stimuleren van het contact tussen kinderen van vijf jaar wanneer de ouders geen authentiek contact met elkaar hebben? Het is ronduit vermoeiend!

Stop ook met het toezeggen van teveel sociale happenings binnen een kort tijdsbestek. De enige die je teleurstelt ben jezelf, de ander dient verantwoordelijkheid te nemen voor zijn/haar emoties van bijvoorbeeld ‘teleurstelling’. Je hebt namelijk als hooggevoelig persoon de tijd nodig om sociale interacties te verwerken en weer op te laden voor een volgende sociale activiteit.

Stop met het functioneren als klaagmuur of emotionele afvalbak. Sterker nog: verminder het contact of stop met de relatie. Een relatie, welke dan ook, is gebaseerd op een gelijkwaardige uitwisseling van verhalen en oprechte interesse in elkaar. Als je het gevoel hebt dat je niet aan bod komt dan is dat zo. Je kunt er nog wat aan doen, maar als jouw pogingen vervliegen zonder enige reactie weet je hoe laat het is.

Stop met het doen van TEveel activiteiten. In het begin denk je ‘leuk, leuk’, maar vaak zonder dat je het door hebt begint het te veel van je te vragen. Het lijkt mij het beste als je vanaf het begin af aan me-time ook inplant. Zo heb je alles gedekt; je behoefte aan sociaal contact en je behoefte aan rust. Om een duidelijk overzicht te krijgen van de activiteiten die je ontplooit of wilt ontplooien kun je een schatting maken van de tijd die het van je gaat vragen. En met alles wat je doet, laat het een keuze vanuit het hart zijn.

Stop met zitten en ‘lui’ zijn. Dit is het tegenovergestelde van het voorgaande stuk, maar ik zal het toelichten. We leven in een lichaam en ons lichaam is onze motor. Om de motor draaiende en fit te houden is het van belang om in beweging te zijn. Juist wanneer je niet zo lekker in je vel steekt. Op zulke momenten is de uitdaging des te groter om jezelf uit de energiezuigende situatie te bewegen, maar het is de moeite waard. Je doet het voor jezelf, je doet het vooral om jezelf weer te voelen. Je bent niet wat je denkt: ‘lui’, ‘slonzig’, ‘lusteloos’ of ‘niet creatief’. Daag jezelf uit en kom fysiek in beweging.

Stop met het eten van voedingsmiddelen die energie van je vragen in plaats van je energie geven. Een goede graadmeter is om je ontlasting eens onder de loep te nemen. Het gaat om een goede vertering en dat jouw lichaam in staat is om de voedingsstoffen uit het eten op te nemen. Heb je last van obstipatie of moet je juist heel vaak voor nummer twee? Neem dan je voedingspatroon onder de loep in plaats van het grijpen naar medicijnen. Er zijn tal van informatiebronnen die je helpen voeding met elkaar te combineren, zodat je binnenkrijgt wat je nodig hebt en hiermee jouw ‘graadmeter’ optimaliseert.

Stop met zelfmedelijden en kom in actie. Werkelijk waar, je hebt veel meer om dankbaar voor te zijn dan het gemok over waar je nu in het leven staat. Wat ik onder andere van vele hooggevoelige personen heb gehoord, is dat ze meer last hebben van hooggevoelig zijn dan dat ze er plezier aan beleven. Dit is een gedachte die behoorlijk destructief kan zijn wanneer je ‘m continue herhaalt. Het wordt een deel van je. Begin je te focussen op de voordelen van jouw hooggevoeligheid. Begin klein en bouw het uit, hiermee verleg je de focus. Ja, het is moeilijk om over jezelf te zeggen dat je creatief bent, maar wie gaat het dan zeggen?

Mijns inziens ervaren deze mensen het verder als een last, omdat ze zichzelf niet voelen. Ook negatieve emoties zijn een deel van je, loop er niet voor weg, maar doorvoel het. Onder al die emotionele zooi komt de hooggevoelige mens tevoorschijn die van nature blij is en lacht. Echt waar. In mijn coachingpraktijk heb ik mensen zien huilen, schreeuwen en keihard lachen; het is één geheel en door acceptatie, erkenning en loslaten van wat je op je schouders draagt, kom je aan bij jezelf.

Voor meer informatie over mijn werk als life coach voor hooggevoelige personen, zie de website Orchid of Life ~ Life Coaching

HSP: bevestiging van wie ik ben

shine

Zoals altijd brengt een workshop emotiemanagement voor hooggevoeligen de mensen bij elkaar die bezig zijn met dezelfde thema’s in het leven. Op zondag 25 januari gaf ik voor het eerst sinds jaren weer een workshop in Den Haag, my hometown. Dat voelde goed. Het regelen van een locatie bracht mij bij een oude kennis van mij. Jaren geleden had ik samen met een vriendin gebruik gemaakt van haar zzp-werkplekken. Dat we voor deze workshop in Nomadz in Bink36 terecht konden, was te gek. Aangezien op een zondag niemand aan het werk was, konden wij naast de vergaderruimte gebruik maken van de gehele ruimte. Hierdoor konden de deelnemers tijdens de oefeningen in tweetallen ruim verspreid zitten om het een en ander met elkaar te bespreken.

Het meest opvallende aan de samenstelling van de groep was dat bijna iedereen vrouw was en rond de 25 jaar oud was of rond de dertig. Een deelnemer sprong er in deze samenstelling bovenuit, een vader rond de 55 jaar, meegenomen door zijn dochter. Wat een fantastische ontwikkeling: ouders die hun kinderen meenemen en kinderen die hun ouders meenemen naar deze workshop. Hooggevoeligheid gaat iedereen aan. Juist omdat dit begrip nog heel erg jong is in de wereld van de psychologie is het goed om elkaar aan te steken. Om zo het vuurtje te verspreiden dat ‘licht’ heet. We lichten hiermee de gevoelige kant van wie we zijn op. Dat deel dat er heel lang niet heeft mogen zijn of niet heeft kunnen zijn.

Eén thema dat als een rode draad door deze workshop liep was dat enkel en alleen het aanwezig zijn tijdens deze bijeenkomst de deelnemers de bevestiging gaf die zij nodig hadden. Een bevestiging van hun identiteit, van hun zijn. Het grootste deel had geen verwachtingen en waren vooral benieuwd naar andermans verhaal en ervaringen omtrent hooggevoeligheid. De deelnemers vonden elkaar in hun gevoeligheid. Het raakt mij altijd nog wanneer ik mensen met elkaar zie praten alsof ze elkaar al jaren kennen. Het onderwerp bindt en zet persoonlijke deuren wagenwijd open. Hun non-verbale communicatie vertelden mij hetzelfde verhaal: wederzijdse interesse en openheid.

Op 30 januari plaatste ik de HSP comment ‘Pittig eten helpt mij weer in mijn lijf te komen, in het hier en nu te komen’. Deze opmerking kwam van een deelneemster uit deze workshop. Aan de mate waarin een HSP comment wordt geliked weet ik of mensen zich erin herkennen. Het viel mij op dat deze comments slechts 13 keer was geliked. Nu ik erover schrijf, schiet mij te binnen dat op het gebied van voeding nog een hele grote winst valt te behalen. Het zou goed zijn als we onze geest en lichaam uit blijven dagen tot het eten van voeding dat voedt. Op basis van mijn ervaring met de 30 Days Vegan Challenge kan ik zeggen dat het eten van gezonde voeding de smaakzintuig versterkt. Je leert nieuwe smaken kennen en subtiele smaken te onderscheiden.

Deze deelneemster was uitermate gevoelig, houdt van koken en alles wat met de natuur te maken heeft. De deelnemers van deze workshop weten dat ik in deze blog nog veel meer thema’s en gedeelde verhalen aan zou kunnen halen, maar voor nu laat ik het hierbij. Het was waanzinnig interessant. Dank je wel voor het lezen en dank jou (deelnemer) voor jouw komst.

Heb je interesse om een workshop of training bij te wonen? Bekijk hier de data op de Orchid of Life Agenda. 

Workshop liefde: 3 redenen om niet te gaan

keys

In november staan er twee workshops gepland voor hooggevoeligen in de liefde. Ben je nieuwsgierig en lijkt het je wat om deze workshop bij te wonen? Lees dan eerst deze blog over de drie redenen om niet te gaan. Vanaf 16 oktober is bekend dat ik deze workshops ga verzorgen en sindsdien is er al veel interesse getoond. Wat me opvalt is dat er wél interesse is, maar dat mensen nog met een boel vragen zitten. In deze blog hoop ik de meest voorkomende vragen te beantwoorden.

Karakter van een workshop
‘Ik zou graag deel willen nemen aan deze workshop, maar ik vind het wel een beetje eng. Kun je mij wat meer informatie geven over de workshop?’ Een workshop heeft een interactief karakter. De opzet van de workshop is het begeleiden van gesprekken en interactie om helderheid te verschaffen over de dynamiek van liefdesrelaties onder hooggevoeligen. Ik zal handvatten aanreiken om ‘gevoelige’ onderwerpen bespreekbaar te maken. Dit doe ik op een speelse en toegankelijke manier waarbij ‘veiligheid’ voorop staat. Onder ‘veiligheid’ versta ik een omgeving waarin we mogen zijn wie we zijn: respect en acceptatie van andermans wereldbeelden en de bijbehorende emoties. Mocht desondanks de angst om een deel van jezelf te delen nog steeds overheersen, dan is een workshop inderdaad niet aan jou besteed.

Koppelactie
In de workshop omschrijving heb ik er expliciet bijgezet dat mannen ook welkom zijn. Dit heeft helemaal niets te maken met de ijdele wens om een omgeving te creëren waarin nieuwe liefdes ontstaan, maar alles met het delen en bespreekbaar maken van hoe vrouwen én mannen (hooggevoelig of niet) denken en handelen met betrekking tot de onderwerpen die besproken gaan worden. Als je meer behoefte hebt aan een koppelactie of stiekem hoopt er meer uit te halen dan dat er in zit, dan help ik je bij deze uit je dromen: het is geen koppelactie, het is een laagdrempelige workshop waar we van elkaar kunnen leren. Het lijkt me wel leuk om een keer een date event te organiseren. Zo’n event waarbij ik een deel van de tijd het interactieve kennismakingsprogramma op me neem. Dat wordt zeker lachen, gieren en brullen. Humor; een belangrijk onderdeel binnen een toekomstige liefdesrelatie. Dus aan alle singles die dit lezen; maak je interesse kenbaar via een e-mail aan orchidoflife@gmail.com. Bij genoeg interesse organiseer ik het ‘date event’ dat ik in gedachten heb.

Datum en locatie
Ik plan graag kort van tevoren en speel hierbij in op de behoefte die nu speelt. Het geeft veel voldoening om een workshop te organiseren voor mensen die momenteel allemaal met dezelfde vragen zitten of zich er nu eindelijk eens wat meer in willen verdiepen. Als data en locatie niet haalbaar zijn, is dit natuurlijk een overduidelijke reden om niet te komen. Wat je wel kan doen, is me even laten weten dat je wel interesse hebt. Op die manier krijg ik een beter beeld van de wensen en behoeften van mijn doelgroep. Een dame uit Texel had bijvoorbeeld laten weten dat ze de workshop graag had bij willen wonen, maar dat de afstand niet te bereizen viel. Hierdoor kreeg ik een tip mee om eens een workshop tijdens het Body & Brein Festival op Textel te organiseren. Daar zal ik dan in juni 2014 eens mijn gedachten over laten gaan. (grapje)

Wat ik je in ieder geval met deze blog op het hart wil drukken, is dat er tig redenen te benoemen zijn om niet te gaan, maar dat er één hele goede reden is om wel te gaan, namelijk: liefde. Liefde voedt, doet en ontmoet. Mocht een workshop op alle fronten absoluut niet bij je passen, dan kun je altijd nog kiezen voor een 1-op-1 coachingsessie.

Lees ook: Data workshops hooggevoeligen in de liefde…

Opvoeding: hoe kan het beter? 6 Aandachtspunten!

Dit schrijven heeft zich stukje bij beetje gevormd in speeltuinen, bibliotheken, in het bos, aan het strand, op bezoek bij gezinnen, op kinderdagverblijven, scholen en peuterspeelzalen. Het is een ode aan het kind, aan de natuurlijke wijsheid en speelsheid van het kind. Aan het kind waarvan de ruimte te vaak en teveel wordt beperkt. Beperkt door het menselijke denken. De grootste menselijke belemmering; negatieve communicatie dat voortkomt uit angst. Angst voor dat het welzijn van het kind wordt geschaad. De ironie druipt ervan af. We willen het goed doen, maar het tegenovergestelde wordt bereikt. Kinderen worden onzeker.

Luisteren we wel naar het kind? Of gaan we automatisch uit van wat wij hebben geleerd? Misschien hebben wij het wel foutief aangeleerd. Misschien heeft het ons, ons hele leven belemmerd zonder dat we hier bewust van zijn. Willen wij dit doorgeven aan onze kinderen? Ik denk het niet. Ook met de beste wil, blijft het moeilijk, blijft het een uitdaging om een kind vrij op te voeden. Natuurlijk heeft een kind grenzen nodig. Maar de grenzen zijn breder en wijder dan wij denken dat ze zijn. Daar heb je het weer. Ons denken.

Als we ons denken nu eens opzij zetten, parkeren en de tijd nemen om naar ons kind te kijken, werkelijk te zien en naar te luisteren. Dan vertelt het kind ons veel. Heel veel. Zoveel dat je geen opvoedingsboeken meer hoeft te lezen. Het kind is wijs en wil alleen maar gezien worden. In dit stuk zal ik omschrijven wat ik tegen ben gekomen. Waarvan ik graag wil dat opvoeders hier eens stil bij staan, het bediscussiëren als ze dit willen en het uiteindelijk bewust gaan toepassen.

1. Kinderen met elkaar vergelijken
Het ene kind doet het niet beter dan de andere. Ze zijn zichzelf in de omstandigheden waarin ze worden geboren. Wie bepaalt of ze het goed doen? En vanaf wanneer ze het moeten doen? De opvoeders. We denken het beter te weten. We hebben verwachtingen. We hebben normen en waarden. En het kind dient zich altijd te vormen naar wat de opvoeders willen terug zien. Als het kind in de buurt van een ander kind komt, beginnen de zwaailichten te loeien: de vergelijkingen vliegen over de tafel. ‘Goh, kan hij al zelfstandig eten? Wat goed! Dat kan mijn zoon niet hoor. Hij gooit alles ernaast. Of: ‘Oh, draagt zij nog een luier? Mijn dochter is al een half jaar zindelijk.’

De kinderen in kwestie horen het. Er wordt over hen gepraat alsof zij er niet zijn. De frustratie, irritatie, machteloosheid en eventuele boosheid weerklinkt in de vergelijkingen die worden gedaan. Dat is wat het kind hoort. Dat is niet leuk. Dat is absoluut niet constructief. Daar worden ze alleen nog maar rebelser van en nog erger: verdrietig.

Wat je wel kunt doen, is het bespreekbaar maken van wat er in jouw ogen niet goed gaat. Stel open vragen aan het kind. Als hij niet wilt eten, wilt hij niet eten. Dan wil hij blijkbaar iets anders doen. Laat ‘m dat doen en biedt hem op een later tijdstip eten aan. Beweeg met hem mee. Speel, maak contact  en toon interesse. Vertel verhalen. Positieve verhalen. Vraag jezelf ook af of hij je iets duidelijk wilt maken. Verschuilt er achter het rebelse gedrag een behoefte waar niet aan is beantwoord? Als je het echt niet meer weet, laat dan iemand meekijken in het gezin en sta open voor de feedback.

2. Negatieve communicatie: niet doen
‘Nee, niet daarheen. Hier blijven’,
‘Niet via deze kant de glijbaan op. Je kan vallen!’,
‘Jongens, niet door de gangen rennen’ (schoolgebouw),
‘Niet op de grond gooien, dat mag niet’

Wat mag nog wel? Kinderen barsten doorgaans van de energie en willen alles uitproberen. Ze zoeken de uitdaging vanuit verschillende perspectieven. Hoe onbezonnen, onbevangen en vrij! Zo willen wij toch ook zijn? Waarom beperken we het kind dan in zijn tocht naar nieuwe ontdekkingen? Omdat we bang zijn. Bang dat ze vallen en dat ze zich bezeren. Lege gangen in een schoolgebouw nodigen uit tot rennen. Rennen, zodat je na de sprint over de vloer kan glijden. Grote mensen glijden niet meer. Zij willen overal overzicht en controle over hebben. Zelfs over hoe je het beste kan spelen.

Natuurlijk hebben wij, grote mensen, de opvoeders van onze kinderen wel wat geleerd van het leven. Wij streven naar liefdevolle en zelfverzekerde kinderen. Alleen schort het af en toe nog aan de uitvoering hiervan. Zoals in het volgende simpele voorbeeld: we willen meer ontspanning in ons leven, maar plannen dan toch vijf van de zeven avonden in de week vol met activiteiten. Zo bereik je je doel niet.

Net zoals we onze kinderen van alles en nog wat verbieden (wij bepalen hun grenzen!) en hen willen behoeden voor ‘gevaar’. In de situaties waarvan jij echt vindt dat de grens is bereikt, leg dan uit waarom je dat van het kind wilt. Geef bovendien alternatieven. Wat mag het kind dan wel doen in zo’n situatie?

3. Hygiëne: ‘Dit is vies!’ 
Zodra je in het wereldbeeld van het kind stapt, is alles mogelijk. Alles! Ze willen graaien in de yoghurt en dit op hun gezicht uitsmeren. Ze doen stiften (met de dop eraf) in een beker met appelsap. Ze willen met hun kleren aan het bad in stappen. Ze stoppen blokken in hun potje. Stampen in de plassen. Ruiken aan hun poep. Aan het gras trekken. Schelpengruis vermengd met zand meenemen in hun jaszakken. Verf op hun armen smeren en ga zo maar door.

Ook deze zaken maken deel uit van de ontdekkingstocht. De tocht naar zelfverwezenlijking. Wat is het en hoe voelt het voor mij? Vind ik dit leuk? Opvoeders vinden het ronduit lastig. Lastig dat het kind ook ‘deze viezigheid’ wilt ontdekken. Ja, want wij ‘moeten’ het weer schoonmaken. Ten eerste vind ik dat we dankbaar mogen zijn dat we überhaupt de kans hebben gekregen dat we aan het poetsen worden gezet. Een kind, een nieuw leven, is een wonder. Zien vanuit het wereldbeeld van het kind is verfrissend en verrassend. Door in dit wereldbeeld te stappen, zijn we weer in staat om ons te verwonderen over wat voor ons alweer ‘normaal’ was geworden.

Met kleren aan in bad stappen, herinnert ons eerder aan afzwemmen voor zwemdiploma B, in plaats van dat we het ooit zelf wilde uitproberen. Onze dochter van twee kwam met dit idee. De eerste keer was ik zo verbaasd dat ik er niet op inging en het inderdaad maar een lastig idee vond. Tijdens de eerstvolgende bad-sessie mocht ze het uitproberen. Met al haar schone kleren in bad. Tot twee keer toe ging ze zitten, omdat wij (papa en mama) het zo leuk vonden, maar uiteindelijk bleef ze liever staan en vroeg of haar kleren uit mochten. Bijzonder!

4. Snapt hij dit?
Hoe kan het toch dat opvoeders kunnen geloven dat kinderen dom zijn. Dat ze niks snappen. Kinderen begrijpen alles, mits je als ouder het geduld hebt en de tijd neemt om het uit te leggen. Ouders brengen hun eigen stress en angsten over op hun kinderen. Het effect van mijn angst werd mij duidelijk toen, wederom mijn dochter van twee, in haar hoofd had gehaald om de treden van een glijbaan te beklimmen. Deze glijbaan was bestemd voor oudere kinderen.

De treden stonden namelijk iets verder van elkaar verwijderd. Op drie meter afstand zag ik haar de treden beklimmen. Zelfverzekerd en bewust en helemaal overtuigd van haar kunnen. Mijn angst nam de overhand en ik liep naar haar toe. Vanaf het moment dat ik naar haar toeliep, kroop ze naar beneden. Ik was mij bewust van mijn angst en zei: ‘Ga maar, je kan het. Ik weet dat je het kan. Klim maar.’ Helaas was het leed al geschied. Ze had besloten terug te gaan. Ze schudde met haar hoofd en haar lichaam sprak twijfel uit.

Kinderen voelen negatieve emoties vlijmscherp aan. Dus je vindt me dom, dan laat ik wel eens even zien hoe dom ik ben en dat ik het helemaal niet leuk vind dat jij dat vindt! Ze gaan dwars liggen en dan worden ze gelabeld met ‘ongehoorzaam’, ‘domoor’ of ‘lastige eter’. Of ze durven niks meer. Ze trekken zich terug en worden bang. Bang om te exploreren. Nieuwsgierig zijn en erop uit gaan. Dit is wat een kind een kind maakt. Met onze angsten en stress infiltreren we hun kind-zijn. We pakken af wat hen is gegeven. Een gift. Het geschenk om te ontdekken wie ze zijn en wat ze kunnen.

5. Wensen en verwachtingen
Opvoeders willen op zijn minst dat hun kind zich netjes gedraagt. Dat ze beleefd zijn. Dat ze weten wanneer ze ‘dank je wel’ en ‘alstublieft’ dienen te zeggen. Dat ze al kunnen schrijven en lezen, voordat ze naar school gaan. Dat ze slapen wanneer de andere kinderen gaan slapen. (kinderdagverblijf) En dat het beleefd is om iemand te groeten met een kus, hand of knuffel.

Het hebben van wensen en verwachtingen is heel vermoeiend. Vermoeiend voor de opvoeder, omdat je geneigd bent om te corrigeren wanneer het kind niet doet wat hij in jouw ogen dient te doen. Hiernaast is het vermoeiend voor het kind om aan te horen én vooral aan te voelen dat hij iets niet goed doet. Hiermee is het zaadje voor een eventueel minderwaardigheidscomplex geplant.

Het kind heeft ook een wens: het zich kunnen ontwikkelen in zijn eigen tempo. Als je werkelijk belang hecht aan voorgenoemde zaken als ‘iemand groeten’ wees dan zelf het voorbeeld. Laat zien wat je terug wilt zien. Het kind bepaalt wanneer hij het gedrag gaat vertonen. Misschien niet nu, maar op een later moment, wanneer hij voelt dat het volledig uit zichzelf mag komen in plaats van dat het wordt geforceerd en verlangd.

6. Behoefte om te helpen
Een laatste aandachtspunt is de behoefte van de opvoeder om het kind te helpen. Wij willen hen overal bij helpen, terwijl de meeste kinderen ernaar snakken om het ‘trail and error’ proces zelf te ondergaan. Ze willen zien waarom iets niet werkt en waarom je het inderdaad anders moet doen. Bijvoorbeeld met het maken van een puzzel, handen wassen met zeep, de trap op- of afkruipen en zichzelf aankleden.

Het mooie is dat kinderen leven in een tijdloze wereld. De behoefte om het kind te helpen wordt namelijk groter wanneer de opvoeder stress ervaart door tijd-deadlines. Op de gekste momenten willen kinderen iets uitproberen. Haal dan diep adem, tel tot 3 en laat hem zijn ding even doen. Daarna gaat de jas makkelijker aan en zal het kind met jou mee bewegen. Geef hem het gevoel dat hij er mag zijn met zijn wensen.

Zodra het kind voelt dat hij er mag zijn, in zijn tempo mag ontwikkelen en dat zijn opvoeder vertrouwen in hem heeft, zal het kind je doen verbazen van wat hij zichzelf allemaal aan kan leren. Trek niet aan het gras, maar voed het van onderen en heb er vertrouwen in dat het groeit. Wat is nu de balans tussen helpen en niet helpen? Als je hem altijd maar blijft helpen, kan het zijn dat hij op zijn achtste nog zijn billen laat afvegen door de opvoeder of op zesjarige leeftijd alleen zijn mond open doet tijdens het eten, wachtend op de lepel met eten die zijn opvoeder hem aanreikt.

‘Niet helpen’ is weer het andere uiterste van het verhaal. Het kind steunt op jouw zorg en toewijding. Hij heeft hulp nodig, maar tegelijkertijd ook de ruimte om zich te ontwikkelen. Eventueel inzien dat jouw behoefte om te helpen hier en daar minder mag zijn, betekent niet dat je nooit meer hoeft te helpen. Voed het positieve gedrag door er juist wel te zijn wanneer het kind je nodig heeft. Als hij om hulp vraagt, ben jij er om het te geven.

Wanneer kinderen het gevoel krijgen dat ze iets niet goed doen en in het ergste geval; nooit goed doen, dan durven ze niet meer te vertrouwen op hun eigen kunnen. Wees kritisch naar jezelf als opvoeder en ga voor jezelf na op welke gebieden je jouw eigen gedrag kan omkeren. Door ander gedrag; open en positief gedrag richting het kind te vertonen, krijg je op den duur andere reacties terug. Reacties waar je hoogstwaarschijnlijk meer mee kan. Het contact tussen opvoeder en kind is liefdevoller waardoor het kind voor zichzelf kan opkomen, vragen kan stellen en aangeven waar hij behoefte aan heeft.

Het kind vormt namelijk een spiegel van je kwaliteiten én je belemmeringen. Het is nooit te laat om de opvoeding anders aan te pakken. Door jouw opvoedingsfouten te erkennen en toe te geven aan jezelf en aan het kind, komen opvoeder en kind weer nader tot elkaar. Hierdoor wordt het kind erkend in de gevoelens van frustratie en irritatie die hij had gevoeld en tot uiting had gebracht om iets te krijgen waarvan hij het moeilijk vond om het te verwoorden.

En zeg nou zelf, met je gezicht in het zand vallen waarna je gezicht volledig bedekt is met zandkorrels is een ware ontdekking. Of liggen in nat gras en met geen enkel woord mekkeren over hoe nat het wel niet was. Graaien in een bak met kralen om hierna een hand vol met kralen op de vloer te laten vallen. Dat is toch veel leuker dan het daadwerkelijk iets creëeren met de kralen! Laat het kind, kind zijn en wees dankbaar voor zijn lessen.

Ik ben benieuwd wat jij van deze aandachtspunten vindt!

Wanneer huilen verandert in lachen

Dit verhaal sluit aan op het onderstaande deel uit de blog ‘Authentieke interesse raakt en verbindt’

“Door Achmed, mijn buurman, begon ik al mijn gedachten en emoties te delen. Hij kwam een pakket ophalen dat overdag voor hen was afgeleverd. Hij keek me aan met een vriendelijk en open gezicht. ‘Hoe gaat het met jullie?’, vroeg hij. Aardig, ok, Arnold heeft nog steeds hoofdpijn. ‘Waarom?’, vroeg Achmed. Ik gebaarde met mijn hand richting mijn hoofd dat het allemaal zware emotionele zaken zijn. Hij bleef me onafgebroken met zijn vriendelijke gezicht aankijken en zei zo goed als hij kon: ‘Psychologie.’ Dit bevestigde ik. ‘Hij wandelen. Hij veel uitrusten. Kan niet hè, vrouw, kind, straks alleen. Zielig voor jullie. Oei, die paar woorden, in combinatie met zijn krachtige inlevingsvermogen, omvatte mijn diepgevoelde angst; dat de hoofdpijn een symptoom is, dat Arnold weg komt te vallen.”

Het vervolg…Achmed’s authentieke interesse en inlevingsvermogen ging over in een opmerking over het haar van Arnold. ‘Ja, ik heb hem zien lopen. Hij veel haar nu. Haar beter afknippen. Niet goed voor hoofd.’ Ik hield mijn gezicht in een grimas en knikte vriendelijk. Is goed, ik zal het tegen hem zeggen. Dit korte gesprek had veel weg van het effect van een provocatieve coachingsessie. Ten eerste bracht hij met zijn woorden mijn angst naar boven en vervolgens maakte hij me aan het lachen! Hilarisch. Helemaal in deze context. Ik weet wel dat sommige mensen hoofdpijn kunnen krijgen van een bos (zwaar) haar; in bijvoorbeeld een paardenstaart of wanneer het héél véél haar betreft ook loshangend op hun schouders, maar dit ging absoluut niet op voor Arnold. Ik hield mijn lachen in. Mijn gezicht hield ik netjes in de plooi. Achmed bedoelde het goed en was bloedserieus, dus ik wilde absoluut niet dat hij het gevoel zou krijgen dat ik hem aan het uitlachen was. Nadat ik de deur had gesloten, vertelde ik het in geuren en kleuren aan Esther. Door de tranen heen was ik opeens schuddenbuikend aan het lachen.

Iets soortgelijks overkwam me toen ik aan een goede vriendin vertelde dat we niet naar hun bruiloft zouden gaan. Hun bruiloft zal deze zomer plaatsvinden in haar geboorteland Spanje. Begin van dit jaar reageerden we, nee correctie, ík heel enthousiast. Ik was optimistisch en dacht dat we tegen die tijd wel in staat zouden zijn om te gaan. Maar helaas, vanwege onze gezondheids- en financiële situatie kunnen we niet gaan.

Zij reageerde heel begripvol en zei heel serieus en ingetogen dat zij vorig jaar precies hetzelfde had meegemaakt! ‘Vorig jaar kon ik ook niet naar álle bruiloften in Spanje.’ Ik ging stuk. Van binnen borrelde een lach op, maar pas bij het navertellen lag ik pas echt in een scheur. Ook zij bedoelde het héél serieus en stelde zich empathisch op richting mij. Vandaar dat ik mijn lach inhield. Bovendien bevond ik me in een lichte schock-toestand*: zij ze dat nou echt? Ja, ze had dit echt gezegd. Zij was zeker voor een stuk of zes bruiloften in Spanje uitgenodigd en kon zich veroorloven om naar enkele te gaan. Geweldig!! Wat een geweldige reframe.

Maar goed, hun bruiloft missen we, maar ik ben nog steeds optimistisch. Ik zou zeggen ‘op naar Equador in maart 2013’ wanneer een ander stel vrienden van ons gaat trouwen in Quito.

*Note: een effect van provocatief coachen is dat de coachee zich licht geschockeerd of verward kan voelen door absurde provocatieve opmerkingen en gedragingen van de coach. Kort hierna kan de coachee in lachen uitbarsten, zich opgelucht voelen of meldt dat hij/zij een ‘aha-erlebnis’ had. De coachee is na een dergelijk moment vaak in staat om meer informatie uit de doeken te doen. Zaken waar men zich eerder voor schaamde worden gedeeld.

Authentieke interesse raakt en verbindt

Gisteravond heb ik ontzettend veel gehuild. Tranen met tuiten. Esther was er. Ik had om 16.00 uur besloten niet naar capoeira te gaan. Later op de middag had ik nog getwijfeld, maar het werd ‘m toch niet.

Mijn hoofd was wazig. ‘s Middags, terwijl Amé haar middagdutje deed, was ik even op bed gaan liggen, maar kon niet slapen. In plaats daarvan heb ik diep in- en uitgeademd. Tijdens het ademhalen voelde ik de pijn op mijn rug. Ik heb een aantal keren door de pijn heen geademd en ben daarna naar beneden gegaan om te schrijven.

Amé werd kort hierna wakker. Ik heb het zo leuk mogelijk gemaakt voor Amé; een huisje onder de keukentafel inclusief matras, kussens, een bad vol met knuffels en haar boeken. Terwijl zij aan het spelen was, ging ik afwassen en koken. Rond 18.00 uur was Esther hier. Zij kan goed masseren. Ik vond het een beetje moeilijk om te vragen, omdat ze al zoveel voor ons doet. Maar ik zette me erover heen en vroeg het toch: ‘Wil je me straks masseren?’ Dat vond ze prima.

Van het masseren is het nooit gekomen. Het was ook niet meer nodig. De pijn was namelijk losgekomen, doordat onze gesprekken alle tranen in mij naar boven bracht. Het was niet mijn bedoeling om erover te praten. Ik dacht juist dat het masseren de tranen zouden kunnen begeleiden, zodat het voor haar en mezelf niet zo vermoeiend zou zijn.

Door Achmed, mijn buurman, begon ik al mijn gedachten en emoties te delen. Hij kwam een pakket ophalen dat overdag voor hen was afgeleverd. Hij keek me aan met een vriendelijk en open gezicht. ‘Hoe gaat het met jullie?’, vroeg hij. Aardig, ok, Arnold heeft nog steeds hoofdpijn. ‘Waarom?’, vroeg Achmed. Ik gebaarde met mijn hand richting mijn hoofd dat het allemaal zware emotionele zaken zijn. Hij bleef me onafgebroken met zijn vriendelijke gezicht aankijken en zei zo goed als hij kon: ‘Psychologie.’ Dit bevestigde ik. ‘Hij wandelen. Hij veel uitrusten. Kan niet hè, vrouw, kind, straks alleen. Zielig voor jullie. Oei, die paar woorden, in combinatie met zijn krachtige inlevingsvermogen, omvatte mijn diepgevoelde angst; dat de hoofdpijn een symptoom is, dat Arnold weg komt te vallen. Deze angst speelde de laatste dagen door mijn systeem, omdat ik aan het rouwen was. In deze fysieke en geestelijke verzwakte staat, kon ik niet anders dan de angst op Arnold projecteren. Hij stond op het punt om les te gaan geven en het enige wat ik kon uitbrengen was: ik wil dat je blijft. Je komt wel terug hè!

Zo deelde ik nog veel meer. Achteraf ben ik enorm blij dat Achmed’s authentieke interesse en inlevingsvermogen mij net dat extra zetje gaf om te praten. Uiteindelijk ben ik ‘gemasseerd’ met woorden en een luisterend oor. Het verdriet heeft doorgang kunnen vinden en dat maakt de boel een stuk lichter en behapbaarder.

Alle emoties mogen er zijn. Zodra, vooral, pijnlijke emoties de ruimte krijgen, zijn ze ook zo weer weg. Een diepere emotionele laag wordt aangeboord en/of andere emoties kunnen worden benoemd en geuit. Het is een levensverrijkende weg die ik bewandel, maar wèl een weg die behoorlijk pittig is. Gelukkig weet ik waarvoor ik het doe! Vrijheid. Pure geestelijke, lichamelijke én spirituele vrijheid.