HSP Coaching & Rebirthing: ga voor een introductiesessie

IMG_2136

De introductiesessie duurt anderhalf uur. Je komt om helderheid te krijgen over de zaken waar je momenteel tegenaan loopt. Zowel professioneel als privé. Deze sessie is een cadeautje voor jezelf.

Sinds het uitkomen van het eboek ‘Ben je boos? Dan mag dat!’ komen mensen van buiten Den Haag naar mijn coaching praktijk: Leeuwarden, Amsterdam, Almere, Eindhoven, Utrecht, Leiden, Rotterdam, Den Bosch, Helmond, Bennebroek, Dronten, Zwolle en Groningen. Als je vanwege de afstand, een druk leven of vermoeidheid liever via video skype begeleid wil worden kan dat. Ook als je in een ander land woont ben je van harte welkom.

Coaching vraagstukken
1. Ik ben hooggevoelig. Wat nu? Hoe richt ik mijn leven in?
2. In sociale situaties en/of zelfs in mijn liefdesrelatie voel ik mij onzeker. Ik word hier gek van. Ik twijfel aan mezelf.
3. Ik werk al 25 jaar (of vul dit zelf maar in) bij hetzelfde bedrijf en de afgelopen jaren begint het te knagen. Dit wil ik niet meer, maar wat dan wel?
4. Ik voel dat ik vast zit in een terugkerend patroon van faalangst, onzekerheid en angst voor het maken van keuzes. Hoe kom ik hieruit?
5. Ik voel mij verantwoordelijk voor iedereen en loop mezelf voorbij. Ik krijg hier stress en lichamelijke klachten van. Ik wil mij weer gezond en fit voelen.
6. Ik ben gevoelig voor negatieve energie van anderen. Het belemmert mij in mijn communicatie en helderheid over wie ik ben en waar ik voor sta.

Ervaar wat coaching inhoudt. Het werkt verhelderend om voor jezelf op een rijtje te zetten wat je nu precies voelt, denkt en doet in bepaalde situaties. Dit levert inzichten op waar je wat mee kan.

Neem een kijkje op mijn website Orchid of Life ~ HSP Coaching & Rebirthing voor hooggevoelige personen op weg naar een energieke en gezonde levensstijl.

Leesvoer ter informatie en voorbereiding op de sessie(s)
Life Coaching: wie komt er voor coaching en HSP vraagstukken
Life Coaching: proces met pit
Ervaringen van coachees…
Life Coaching: hoe verloopt een coachingtraject?

Werkwijze Orchid of Life

  • E-mail en/of telefonisch contact: orchidoflife@gmail.com, +31642804038
  • Bevestiging afspraak via e-mail met tijd, adres en betalingslink
  • Betaling van de sessie(s) via online betalingssysteem van Digitale Factuur: introductiesessie kost 85 euro
  • Plaatsvinden van de sessie in mijn praktijk in Den Haag of via videoskype
  • Kort verslag via e-mail binnen drie werkdagen

Identiteit: Kleding als expressie van je ‘zelf’

kleding

Op dinsdag 6 mei publiceerde ik de video ‘Kleding als expressie van je ‘zelf”. Kort hierna deed ik mijn voordeur open voor een vriendin die op bezoek kwam. Mijn ogen vielen direct op haar roze panty. Rose!! Sinds wanneer draag jij gekleurde panty’s? Ik vind het leuk!!! Het zien van de roze panty sloot perfect aan op wat ik allemaal in de video had gedeeld. Hieronder volgt een schriftelijk interview met deze vriendin.

1. Omschrijf je huidige kledingstijl en hoe je je hierbij voelt.

De kledingstijl die ik mij sinds heel kort meer aanmeet is kleurig en vrouwelijk. Ik heb wat nette jurken hangen die ik tegenwoordig met gekleurde kousen combineer. Tot hilariteit van sommigen, en tot respect van anderen. Het is nog een enorme zoektocht naar wat wel en wat niet fijn zit en uitdrukt hoe ik mij voel. Pasgeleden had ik voor een dansworkshop een lange witte rok aangedaan. Toen er Spaanse flamenco-achtige muziek werd gedraaid, klopte dat ook helemaal. Ik heb heerlijk met die rok lopen zwaaien en voelde mij er erg in thuis. Het is voor mij geen vanzelfsprekendheid om mij thuis te voelen in mijn kleding…

2. Hoe was je kledingstijl tot voor kort; werk, vrije tijd, femme fatale..

Ik heb nog steeds verschillende kledingstijlen, afhankelijk van de veiligheid van de situatie waarin ik mij verwacht te begeven. Voor werk heb ik stijve, nette, beetje keurslijf-achtige kleding. Deze helpt mij om mij professioneel te voelen en op die manier te uiten. En ook al heb ik nu geen werk – deze kleding gebruik ik nog als ik naar een onbekende omgeving ga, waar ik een soort bescherming nodig heb van dat wat mij daar kan overkomen. Voor sollicitaties gebruik ik vaak de aller netste en chicste kleding uit deze stijl, zo onzeker maakt solliciteren mij.

Thuis en in de buurt loop ik in een onelegante joggingbroek. Ik en een joggingbroek! Haha het heeft lang geduurd voor ik er een aanschafte. Van huis uit werd er neergekeken op mensen in jogging en bij opa mochten wij alleen nette broeken, niet eens spijkerbroeken aan. Ik heb vroeg geleerd mij redelijk formeel te kleden en een joggingbroek of loungebroek is daar een antireactie tegen. Hiermee voel ik mij evenmin vrij om mijzelf te zijn, maar ik conformeer me dan in ieder geval even niet aan de regels van vroeger. Ik ga ook makkelijk wandelen of boodschappen doen in deze kleding, omdat ze niets over mij zegt, niet over het moment, niet over mij als persoon. Het deert mij op zo’n moment ook niet zo wat anderen er van vinden…

In de periode dat ik regelmatig uitging had ik allerlei sexy kleding. Laag uitgesneden T-shirts en sexy jurkjes. Meestal in felle kleuren. Deze zijn ondertussen grotendeels uit mijn kast verdwenen, maar de herinnering eraan is een van vrijheid. Ik dacht op die momenten ook dat ik mij er in thuis voelde, maar achteraf gezien is dat niet echt zo.

3. Hoe is je kledingstijl door de jaren heen veranderd? Qua kleur, materiaal, patronen, vorm…

Vroeger had ik alleen bruin en blauw in mijn kast hangen en vooral langere jasjes die over de billen reikten. Tegenwoordig heb ik ook kortere jasjes en veel kleurige T-shirts. Nog wel veel uni-kleur T-shirts, ook al liggen er nu een paar veelkleurige items in mijn kast. Ik let er dan wel op dat het niet te druk is en niet te strak. Gezien mijn figuur voelt strakke kleding nog niet erg fijn. Ik greep voor mijn werk nog makkelijk naar T-shirt met broek, gecombineerd eventueel met een jasje terwijl ik nu eerder een rok met een legging of panty aandoe.

4. Hoeveel aandacht besteed je aan je kleding? Om wat voorbeelden te geven, een vriendin van me staat elke morgen voor haar kledingkast en neemt rustig de tijd om te voelen en te zien wat ze aan wilt. Ik neem er sinds kort wat meer de tijd voor. Bovendien ga ik meer jurken dragen; met prints en leuke kleurtjes, zodat ik met 1 kledingstuk klaar ben. De praktische Chungmei voert in dat opzicht dan toch weer de boventoon. Die jurkjes ga ik nog aanschaffen. Ben de laatste tijd bezig geweest met schoenen. Ik had zeven paar schoenen weggegeven aan het Leger des Heils.

Als ik geen afspraken heb die dag, trek ik vaak gemakshalve de kleding van de vorige dag aan. Maar als ik wel de deur uitga, dan doe ik beide kastdeuren open en kijk ik welk T-shirt mij als eerste opvalt. Dat is meestal een kwestie van milliseconden. Van daaruit komt ook al snel een idee wat ik verder erbij aantrek – broek en jasje als ik onzeker ben over wat mij te wachten staat, broek en vest als ik mij wat vrijer wil kunnen bewegen, jurk als ik naar bekenden ga, vooral mensen van de opleiding of van de tantra workshops. Hierbij voel ik mij al snel thuis en ik hoef mij niet zo zenuwachtig te maken om de acceptatie van mijn kleding. Als ik naar iets ga wat ik echt spannend vind, dan lig ik meestal de voorafgaande nacht al te bedenken wat in mijn kast geschikt is voor deze uitdaging.

5. Hoe zou je de relatie tussen je veranderende kledingstijl kunnen omschrijven met je ontwikkelingen op persoonlijk vlak?

Met een masker-oefening tijdens de opleiding (coaching) ben ik pas de onderliggende betekenissen van mijn kledingstijlen gaan onderzoeken. Mijzelf meer laten uitkomen met mijn kleding, mij minder verbinden aan het commentaar (verbaal / non-verbaal) van anderen, zoeken naar kleding die fijn voelt is nog heel pril. Toch voelt het alsof ik mijzelf meer durf te tonen door mijn kledingstijl, alsof ik meer zelfwaarde heb en dat via mijn kleding mede uit wil drukken. Voorheen was kleding om te bedekken, om niet op te vallen en om goedkeuring te krijgen. Nu is kleding een zoektocht naar wat van mij is en wat niet. Hoever durf ik de grens te verleggen. En wat kom ik onderweg tegen. Het heeft zeker te maken met de vrijheid die ik mijzelf tegenwoordig toesta om mijzelf te vinden.

6. Droom je van een bepaalde kledingstijl? Een kledingstijl waar je naartoe aan het groeien bent?

Dat vind ik nog een lastige vraag. Enerzijds zou ik graag heel stijlvol eruit willen zien, zoals de chique dames uit Hilligersberg bijvoorbeeld, of de vrouwen van miljonairs. Die stralen met hun stijl een enorm zelfvertrouwen uit en dat trekt mij ontzettend aan. Ook al weet ik in mijn hoofd dat ik die kleding niet nodig heb om stijlvol te zijn, toch is er een wens om daaraan te voldoen. Anderzijds wil ik graag kleding vinden die mij flatteert. Die de juiste plekken accentueert en andere camoufleert. Ik voel mij erg aangetrokken naar jurken en dan niet perse de meest elegante jurken, maar vooral die waarin ik kan stralen. Ik denk dat de kledingstijl waar ik vanaf nu van ga dromen de stijl is waarin ik kan stralen, waarin ik tot mijn recht kom. En hoe die eruit ziet, dat laat ik maar even aan het universum over, of aan de engelen, of aan mensen die er verstand van hebben of zo… 🙂

HSP: voelen wat de ander niet zegt. 6 Valkuilen!

Tipu tree

In communicatie met een ander draait het altijd om timing. Wanneer kan je wat wel of niet zeggen. Wanneer wordt er misschien zelfs van je verwacht dat je je uitspreekt. Vaak hebben we het gevoel alsof we op een heel dun koord aan het dansen zijn. Elk moment kan je misstappen en vallen, heel hard vallen. De ander begrijpt je totaal niet! Als je geluk hebt, hangt er een vangnet om je op te vangen. Dit geluk heb je wanneer degene met wie je spreekt zelfbewust is en jouw woorden kan ontvangen. Hoe een ander jouw woorden ontvangt, is afhankelijk van de kwaliteit van de communicatie. Onder deze kwaliteit versta ik een houding en een intentie waarbij je de ander in zijn waarde laat.

In gesprekken die op persoonlijk en professioneel niveau plaatsvinden heb je altijd te maken met het specifieke kader waarin de gesprekspartners zich bevinden. Als het bijvoorbeeld gaat om een zoon van 21 jaar die zijn vleugels wilt uitslaan door samen met zijn vrienden op vakantie te gaan, is het voor de moeder een kwestie van loslaten. Hoewel de moeder al zenuwachtig wordt bij het idee dat hij in twaalf dagen vier landen gaat bezoeken waar het eventueel onveilig kan zijn. De moeder voelt aan dat de zoon ook onzeker en bang is, maar het uitspreken van de onuitgesproken gevoelens van haar zoon heeft altijd tot hevige discussies geleid. De ervaring leert. Het is beter om gedachten voortkomend uit bezorgdheid en angst voor zich te houden.

In een andere situatie, op professioneel niveau, kan er van je verwacht worden dat je je uitspreekt. Dit kan communicatie betreffen op het niveau van collega’s, tussen een werknemer en zijn manager of tijdens vergaderingen. Als je bijvoorbeeld aan je collega merkt dat hij ergens over twijfelt, maar het niet uitspreekt, kan je door middel van het stellen van open vragen het pijnpunt boven tafel krijgen. De oplossing zou binnen handbereik kunnen liggen. Door iemand op zijn gemak te stellen en het bespreekbaar te maken, bevorder je het contact tussen collega’s. Bovendien kan het direct een positief effect hebben op de beoogde resultaten van de organisatie.

Kiezen voor het wel of niet teruggeven van wat we tijdens een gesprek voelen bij de ander is sterk afhankelijk van de context waarin wij ons begeven. Het zelfbewustzijn van de personen en de kwaliteit van de communicatie die zij toepassen zijn daarnaast bepalend voor de uitkomst. Alvorens in te gaan op de tips die ik aan je wil meegeven, omschrijf ik in deze blog de valkuilen waar we met open ogen in vallen. Weten welke valkuilen dit zijn en hier bewust van zijn wanneer de gespreksmomenten zich voordoen is een hele kunst. Laten we beginnen bij het begin: stilstaan bij de valkuilen.

Anderen voelen niet wat jij voelt
Wat zou het makkelijk zijn om in deze hooggevoelige wereld te leven wanneer anderen voelen wat jij voelt. ‘Je hebt toch wel door dat je weer teveel hooi op je vork neemt! Ik voelde het aankomen. Ik dacht dat jij het ook wel wist, want de vorige keer was je er nog zo lang ziek van geweest. Je moest je afmelden bij het werk. Nu zit ik weer met de gebakken peren.’ Nee, in de meeste gevallen is het niet duidelijk. Het is handig om te beseffen dat de ander niet voelt wat jij voelt. Je vermijd hiermee mogelijke discussies die alleen maar energie vreten en nergens naar toe leiden.

Open kaart willen spelen
Een sterke drijfveer hebben om open kaart te spelen tijdens gesprekken is positief. Helaas vindt het omgekeerde plaats wanneer de ander er niet klaar voor is om open kaart te spelen. De ander waardeert het niet en je krijgt de wind van voren. Open kaart spelen heeft alleen zin wanneer de weg ervoor is geplaveid in de vorm van open communicatie waarbij de communicatie is gebaseerd op authentieke interesse. En wanneer de ander bereid is om erover te praten.

Uitschakelen van het gevoel
Overweldigd raken door alle emoties van de ander kan leiden tot het willen ‘uitschakelen van het gevoel’. Over het algemeen gaan mensen dan van alles doen om zichzelf af te leiden van datgene wat ze voelen: uitgaan, films kijken, lezen, op vakantie gaan etc. Ik zie dit als het afhakken van je arm. Een onderdeel van je lijf wat het geheel compleet maakt. Hiermee doe je alleen maar jezelf pijn. Op den duur laten de gevoelens zich weer zien en dan begin je van voren af aan. De emoties willen erkend worden. Gevoeld worden. Gezien worden.

Blijven piekeren over oneerlijkheid
De hele dag blijven piekeren over wat er niet is gezegd door de ander. Het piekeren heeft brandstof nodig. In een dergelijke situatie kan de brandstof zijn dat je stuit op de oneerlijkheid van de mens. Vinden dat de ander oneerlijk is geweest, maakt je boos en vervolgens sla je aan het piekeren. Je piektert en piekert en blijft in rondjes draaien. Jij wordt er gek van. Jij wordt er moe van. De emoties die we bij de ander voelen en niet worden gezegd, zijn vaak heel intens voor de ander. De emoties raken aan woede, verdriet en angst. Mensen benoemen alleen datgene waar ze klaar voor zijn. Als je dit beseft, hoef je niet de hele dag erover te piekeren en boos te zijn. Jij bent verantwoordelijk voor wat jij voelt en de ander voor wat hij voelt.

Bevestiging zoeken in alle hoeken
Een beweegreden om voor de ander te benoemen wat je voelt bij hem, kan zijn dat je bevestiging wilt. Je wilt terugkrijgen dat het waar is. Afhankelijk van of de persoon zich bevindt op eenzelfde bewustzijnsniveau als jij kan het benoemen ervan uitdraaien op een positieve ontwikkeling van het gesprek. Het wordt pas een enorme valkuil wanneer je het tegen iemand zegt die er niet klaar voor is. En het wordt nog erger wanneer de ander het ontkent en in de verdediging schiet. Dit soort situaties zuigen je helemaal leeg. Dus vraag jezelf altijd af of de persoon er klaar voor is. Dat voel je ook als je je eigen gedachten en gevoelens even opzij zet.

Blijven communiceren als je moe bent
Als je blijft communiceren wanneer je moe bent, weet je zeker dat je je begeeft in de energie van de ander. Dit kan alleen maar van kwaad tot erger worden en jij mag jezelf na afloop bij elkaar rapen. Tijdens zo’n gesprek is het heel lastig om je eigen gedachten en gevoelens te scheiden van de gedachten en gevoelens van de ander. Denk maar eens terug aan een situatie waarbij je bleef praten, terwijl je eigenlijk allang had willen stoppen. Als je als hooggevoelige de ander heel sterk voelt, kan het zijn dat je jezelf minder de ruimte geeft. Als je vermoeid bent, is de kans op miscommunicatie hoger. Geef aan dat je liever een andere keer verder wilt praten.

HSP: voelen wat de ander niet zegt

blossom

Op 22 juni 2013 postte ik de update ‘Waar ik last van heb, ik voel alles wat mensen niet zeggen en dat is zoooo lastig. Hoe gaan jullie hier mee om?’ op de facebookpagina Hooggevoeligheid en intuïtie. De opmerking was ingebracht door een persoon die de pagina volgt. Deze update werd massaal geliked en het riep ontzettend veel reacties op.

Pasgeleden las ik iets over hoe iemand in samenwerking met een paar collega schrijvers en een community het voor elkaar kreeg om een eboek samen te stellen. Hierdoor kreeg ik het idee om iets soortgelijks te doen, maar dan in de vorm van een blog.

Het thema ‘voelen wat een ander niet zegt’ riep diverse emotionele reacties op. Het eerste wat het in de meeste van ons, hooggevoeligen, opriep, was het frustrerende en vervelende ervan. Zoveel voelen, maar niet horen dat de ander er uiting aan geeft. Het voelen van de ander, van wat er niet wordt gezegd, maakt op zijn beurt gevoelens bij jezelf los. Vooral het oergevoel om een dierbare te willen beschermen voor zijn eigen acties is vaak een drijfveer om het onuitgesprokene wel te benoemen.

We weten dat het negatieve consequenties zal hebben; gebaseerd op eigen ervaring en op de waarneming dat de ander in het verleden herhaaldelijk in dezelfde valkuilen was gestort. Tja, wat doe je dan?

De wil om te helpen heeft in dit scenario de overhand en we zeggen er wat van. We doen een poging om uit te leggen, om te waarschuwen, maar de meest voorkomende reactie is weerstand. De ander schrikt ervan en het in het ergste geval ontkent hij het en doet er niks mee.  Dan heb je de poppen aan het dansen. Het teruggeven van wat je voelde bij de ander heeft niet het gewenste doel bereikt; iemand bewust maken van wat er werkelijk speelt.

‘Je ziet iets aan iemand, bijvoorbeeld iets leuks of moois in iemands blik, soms ook minder leuke dingen, en die personen reageren daarnaar door niks te zeggen, en gaan je negeren. Dat vind ik bijzonder lastig, omdat ik weet wat ik gezien heb. Soms zeg ‘t, soms ook niet. Ligt aan de persoon die ik voor me heb.’

Een andere drijfveer om terug te geven wat we voelden, is dat we eerlijkheid hoog in het vaandel hebben staan. Het eerlijkste vinden we dat de ander gewoon moet zeggen wat hij voelt. Waarom de informatie achterhouden als je het voelt en het waarschijnlijk kan bijdragen aan het gesprek. We voelen ons gekwetst, omdat we vinden dat de ander niet eerlijk is geweest. Ik zie dit als een oordeel ten nadele van je eigen gemoedstoestand.

‘Mensen hebben namelijk vaak een reden dat ze hun ware gevoel niet kunnen uiten. Hoofdreden is vaak angst. Wanneer je meer voelt en/of weet, betekent dit niet gelijk dat je bepaalde dingen voor mensen mag invullen en uitspreken.

Ik heb geleerd dat je andermans levensweg niet mag glad asfalteren. Ook al voelt het soms aan als oneerlijk en pijnlijk, toch is het beter om los te laten en niet de boel in te gaan vullen voor de ander. Het beste wat je kunt doen, is observeren en loslaten. Wanneer de ander er klaar voor is, om jouw advies te horen, komt deze wel op eigen houtje bij jou terug.’

De ervaring leert dat het beter is om de ander zijn eigen pad te laten vervolgen. De ander heeft een reden dat hij zijn gevoel niet uitspreekt. Gebaseerd op mijn ervaring als coach en privé weet ik dat er heel wat mensen zijn die hun ware gevoelens niet uitspreken, simpelweg omdat ze er niet klaar voor zijn of niet weten hoe ze dit kunnen doen.

Laat de ander in zijn waarde en daarmee ook jezelf, want jij als hooggevoelige hebt een prachtige kwaliteit. Een kwaliteit die je om kan zetten in een kracht door alles wat je voelt niet al te hevig binnen te laten komen, voor onbepaalde tijd te parkeren of juist er wel wat mee te doen door bijvoorbeeld open vragen te stellen.

Hierdoor hoef je nooit meer aan jezelf te twijfelen of onzeker te voelen, omdat datgene wat je voorvoelde bij de ander uit is gekomen.

Opvoeding: hoe kan het beter? 6 Aandachtspunten!

Dit schrijven heeft zich stukje bij beetje gevormd in speeltuinen, bibliotheken, in het bos, aan het strand, op bezoek bij gezinnen, op kinderdagverblijven, scholen en peuterspeelzalen. Het is een ode aan het kind, aan de natuurlijke wijsheid en speelsheid van het kind. Aan het kind waarvan de ruimte te vaak en teveel wordt beperkt. Beperkt door het menselijke denken. De grootste menselijke belemmering; negatieve communicatie dat voortkomt uit angst. Angst voor dat het welzijn van het kind wordt geschaad. De ironie druipt ervan af. We willen het goed doen, maar het tegenovergestelde wordt bereikt. Kinderen worden onzeker.

Luisteren we wel naar het kind? Of gaan we automatisch uit van wat wij hebben geleerd? Misschien hebben wij het wel foutief aangeleerd. Misschien heeft het ons, ons hele leven belemmerd zonder dat we hier bewust van zijn. Willen wij dit doorgeven aan onze kinderen? Ik denk het niet. Ook met de beste wil, blijft het moeilijk, blijft het een uitdaging om een kind vrij op te voeden. Natuurlijk heeft een kind grenzen nodig. Maar de grenzen zijn breder en wijder dan wij denken dat ze zijn. Daar heb je het weer. Ons denken.

Als we ons denken nu eens opzij zetten, parkeren en de tijd nemen om naar ons kind te kijken, werkelijk te zien en naar te luisteren. Dan vertelt het kind ons veel. Heel veel. Zoveel dat je geen opvoedingsboeken meer hoeft te lezen. Het kind is wijs en wil alleen maar gezien worden. In dit stuk zal ik omschrijven wat ik tegen ben gekomen. Waarvan ik graag wil dat opvoeders hier eens stil bij staan, het bediscussiëren als ze dit willen en het uiteindelijk bewust gaan toepassen.

1. Kinderen met elkaar vergelijken
Het ene kind doet het niet beter dan de andere. Ze zijn zichzelf in de omstandigheden waarin ze worden geboren. Wie bepaalt of ze het goed doen? En vanaf wanneer ze het moeten doen? De opvoeders. We denken het beter te weten. We hebben verwachtingen. We hebben normen en waarden. En het kind dient zich altijd te vormen naar wat de opvoeders willen terug zien. Als het kind in de buurt van een ander kind komt, beginnen de zwaailichten te loeien: de vergelijkingen vliegen over de tafel. ‘Goh, kan hij al zelfstandig eten? Wat goed! Dat kan mijn zoon niet hoor. Hij gooit alles ernaast. Of: ‘Oh, draagt zij nog een luier? Mijn dochter is al een half jaar zindelijk.’

De kinderen in kwestie horen het. Er wordt over hen gepraat alsof zij er niet zijn. De frustratie, irritatie, machteloosheid en eventuele boosheid weerklinkt in de vergelijkingen die worden gedaan. Dat is wat het kind hoort. Dat is niet leuk. Dat is absoluut niet constructief. Daar worden ze alleen nog maar rebelser van en nog erger: verdrietig.

Wat je wel kunt doen, is het bespreekbaar maken van wat er in jouw ogen niet goed gaat. Stel open vragen aan het kind. Als hij niet wilt eten, wilt hij niet eten. Dan wil hij blijkbaar iets anders doen. Laat ‘m dat doen en biedt hem op een later tijdstip eten aan. Beweeg met hem mee. Speel, maak contact  en toon interesse. Vertel verhalen. Positieve verhalen. Vraag jezelf ook af of hij je iets duidelijk wilt maken. Verschuilt er achter het rebelse gedrag een behoefte waar niet aan is beantwoord? Als je het echt niet meer weet, laat dan iemand meekijken in het gezin en sta open voor de feedback.

2. Negatieve communicatie: niet doen
‘Nee, niet daarheen. Hier blijven’,
‘Niet via deze kant de glijbaan op. Je kan vallen!’,
‘Jongens, niet door de gangen rennen’ (schoolgebouw),
‘Niet op de grond gooien, dat mag niet’

Wat mag nog wel? Kinderen barsten doorgaans van de energie en willen alles uitproberen. Ze zoeken de uitdaging vanuit verschillende perspectieven. Hoe onbezonnen, onbevangen en vrij! Zo willen wij toch ook zijn? Waarom beperken we het kind dan in zijn tocht naar nieuwe ontdekkingen? Omdat we bang zijn. Bang dat ze vallen en dat ze zich bezeren. Lege gangen in een schoolgebouw nodigen uit tot rennen. Rennen, zodat je na de sprint over de vloer kan glijden. Grote mensen glijden niet meer. Zij willen overal overzicht en controle over hebben. Zelfs over hoe je het beste kan spelen.

Natuurlijk hebben wij, grote mensen, de opvoeders van onze kinderen wel wat geleerd van het leven. Wij streven naar liefdevolle en zelfverzekerde kinderen. Alleen schort het af en toe nog aan de uitvoering hiervan. Zoals in het volgende simpele voorbeeld: we willen meer ontspanning in ons leven, maar plannen dan toch vijf van de zeven avonden in de week vol met activiteiten. Zo bereik je je doel niet.

Net zoals we onze kinderen van alles en nog wat verbieden (wij bepalen hun grenzen!) en hen willen behoeden voor ‘gevaar’. In de situaties waarvan jij echt vindt dat de grens is bereikt, leg dan uit waarom je dat van het kind wilt. Geef bovendien alternatieven. Wat mag het kind dan wel doen in zo’n situatie?

3. Hygiëne: ‘Dit is vies!’ 
Zodra je in het wereldbeeld van het kind stapt, is alles mogelijk. Alles! Ze willen graaien in de yoghurt en dit op hun gezicht uitsmeren. Ze doen stiften (met de dop eraf) in een beker met appelsap. Ze willen met hun kleren aan het bad in stappen. Ze stoppen blokken in hun potje. Stampen in de plassen. Ruiken aan hun poep. Aan het gras trekken. Schelpengruis vermengd met zand meenemen in hun jaszakken. Verf op hun armen smeren en ga zo maar door.

Ook deze zaken maken deel uit van de ontdekkingstocht. De tocht naar zelfverwezenlijking. Wat is het en hoe voelt het voor mij? Vind ik dit leuk? Opvoeders vinden het ronduit lastig. Lastig dat het kind ook ‘deze viezigheid’ wilt ontdekken. Ja, want wij ‘moeten’ het weer schoonmaken. Ten eerste vind ik dat we dankbaar mogen zijn dat we überhaupt de kans hebben gekregen dat we aan het poetsen worden gezet. Een kind, een nieuw leven, is een wonder. Zien vanuit het wereldbeeld van het kind is verfrissend en verrassend. Door in dit wereldbeeld te stappen, zijn we weer in staat om ons te verwonderen over wat voor ons alweer ‘normaal’ was geworden.

Met kleren aan in bad stappen, herinnert ons eerder aan afzwemmen voor zwemdiploma B, in plaats van dat we het ooit zelf wilde uitproberen. Onze dochter van twee kwam met dit idee. De eerste keer was ik zo verbaasd dat ik er niet op inging en het inderdaad maar een lastig idee vond. Tijdens de eerstvolgende bad-sessie mocht ze het uitproberen. Met al haar schone kleren in bad. Tot twee keer toe ging ze zitten, omdat wij (papa en mama) het zo leuk vonden, maar uiteindelijk bleef ze liever staan en vroeg of haar kleren uit mochten. Bijzonder!

4. Snapt hij dit?
Hoe kan het toch dat opvoeders kunnen geloven dat kinderen dom zijn. Dat ze niks snappen. Kinderen begrijpen alles, mits je als ouder het geduld hebt en de tijd neemt om het uit te leggen. Ouders brengen hun eigen stress en angsten over op hun kinderen. Het effect van mijn angst werd mij duidelijk toen, wederom mijn dochter van twee, in haar hoofd had gehaald om de treden van een glijbaan te beklimmen. Deze glijbaan was bestemd voor oudere kinderen.

De treden stonden namelijk iets verder van elkaar verwijderd. Op drie meter afstand zag ik haar de treden beklimmen. Zelfverzekerd en bewust en helemaal overtuigd van haar kunnen. Mijn angst nam de overhand en ik liep naar haar toe. Vanaf het moment dat ik naar haar toeliep, kroop ze naar beneden. Ik was mij bewust van mijn angst en zei: ‘Ga maar, je kan het. Ik weet dat je het kan. Klim maar.’ Helaas was het leed al geschied. Ze had besloten terug te gaan. Ze schudde met haar hoofd en haar lichaam sprak twijfel uit.

Kinderen voelen negatieve emoties vlijmscherp aan. Dus je vindt me dom, dan laat ik wel eens even zien hoe dom ik ben en dat ik het helemaal niet leuk vind dat jij dat vindt! Ze gaan dwars liggen en dan worden ze gelabeld met ‘ongehoorzaam’, ‘domoor’ of ‘lastige eter’. Of ze durven niks meer. Ze trekken zich terug en worden bang. Bang om te exploreren. Nieuwsgierig zijn en erop uit gaan. Dit is wat een kind een kind maakt. Met onze angsten en stress infiltreren we hun kind-zijn. We pakken af wat hen is gegeven. Een gift. Het geschenk om te ontdekken wie ze zijn en wat ze kunnen.

5. Wensen en verwachtingen
Opvoeders willen op zijn minst dat hun kind zich netjes gedraagt. Dat ze beleefd zijn. Dat ze weten wanneer ze ‘dank je wel’ en ‘alstublieft’ dienen te zeggen. Dat ze al kunnen schrijven en lezen, voordat ze naar school gaan. Dat ze slapen wanneer de andere kinderen gaan slapen. (kinderdagverblijf) En dat het beleefd is om iemand te groeten met een kus, hand of knuffel.

Het hebben van wensen en verwachtingen is heel vermoeiend. Vermoeiend voor de opvoeder, omdat je geneigd bent om te corrigeren wanneer het kind niet doet wat hij in jouw ogen dient te doen. Hiernaast is het vermoeiend voor het kind om aan te horen én vooral aan te voelen dat hij iets niet goed doet. Hiermee is het zaadje voor een eventueel minderwaardigheidscomplex geplant.

Het kind heeft ook een wens: het zich kunnen ontwikkelen in zijn eigen tempo. Als je werkelijk belang hecht aan voorgenoemde zaken als ‘iemand groeten’ wees dan zelf het voorbeeld. Laat zien wat je terug wilt zien. Het kind bepaalt wanneer hij het gedrag gaat vertonen. Misschien niet nu, maar op een later moment, wanneer hij voelt dat het volledig uit zichzelf mag komen in plaats van dat het wordt geforceerd en verlangd.

6. Behoefte om te helpen
Een laatste aandachtspunt is de behoefte van de opvoeder om het kind te helpen. Wij willen hen overal bij helpen, terwijl de meeste kinderen ernaar snakken om het ‘trail and error’ proces zelf te ondergaan. Ze willen zien waarom iets niet werkt en waarom je het inderdaad anders moet doen. Bijvoorbeeld met het maken van een puzzel, handen wassen met zeep, de trap op- of afkruipen en zichzelf aankleden.

Het mooie is dat kinderen leven in een tijdloze wereld. De behoefte om het kind te helpen wordt namelijk groter wanneer de opvoeder stress ervaart door tijd-deadlines. Op de gekste momenten willen kinderen iets uitproberen. Haal dan diep adem, tel tot 3 en laat hem zijn ding even doen. Daarna gaat de jas makkelijker aan en zal het kind met jou mee bewegen. Geef hem het gevoel dat hij er mag zijn met zijn wensen.

Zodra het kind voelt dat hij er mag zijn, in zijn tempo mag ontwikkelen en dat zijn opvoeder vertrouwen in hem heeft, zal het kind je doen verbazen van wat hij zichzelf allemaal aan kan leren. Trek niet aan het gras, maar voed het van onderen en heb er vertrouwen in dat het groeit. Wat is nu de balans tussen helpen en niet helpen? Als je hem altijd maar blijft helpen, kan het zijn dat hij op zijn achtste nog zijn billen laat afvegen door de opvoeder of op zesjarige leeftijd alleen zijn mond open doet tijdens het eten, wachtend op de lepel met eten die zijn opvoeder hem aanreikt.

‘Niet helpen’ is weer het andere uiterste van het verhaal. Het kind steunt op jouw zorg en toewijding. Hij heeft hulp nodig, maar tegelijkertijd ook de ruimte om zich te ontwikkelen. Eventueel inzien dat jouw behoefte om te helpen hier en daar minder mag zijn, betekent niet dat je nooit meer hoeft te helpen. Voed het positieve gedrag door er juist wel te zijn wanneer het kind je nodig heeft. Als hij om hulp vraagt, ben jij er om het te geven.

Wanneer kinderen het gevoel krijgen dat ze iets niet goed doen en in het ergste geval; nooit goed doen, dan durven ze niet meer te vertrouwen op hun eigen kunnen. Wees kritisch naar jezelf als opvoeder en ga voor jezelf na op welke gebieden je jouw eigen gedrag kan omkeren. Door ander gedrag; open en positief gedrag richting het kind te vertonen, krijg je op den duur andere reacties terug. Reacties waar je hoogstwaarschijnlijk meer mee kan. Het contact tussen opvoeder en kind is liefdevoller waardoor het kind voor zichzelf kan opkomen, vragen kan stellen en aangeven waar hij behoefte aan heeft.

Het kind vormt namelijk een spiegel van je kwaliteiten én je belemmeringen. Het is nooit te laat om de opvoeding anders aan te pakken. Door jouw opvoedingsfouten te erkennen en toe te geven aan jezelf en aan het kind, komen opvoeder en kind weer nader tot elkaar. Hierdoor wordt het kind erkend in de gevoelens van frustratie en irritatie die hij had gevoeld en tot uiting had gebracht om iets te krijgen waarvan hij het moeilijk vond om het te verwoorden.

En zeg nou zelf, met je gezicht in het zand vallen waarna je gezicht volledig bedekt is met zandkorrels is een ware ontdekking. Of liggen in nat gras en met geen enkel woord mekkeren over hoe nat het wel niet was. Graaien in een bak met kralen om hierna een hand vol met kralen op de vloer te laten vallen. Dat is toch veel leuker dan het daadwerkelijk iets creëeren met de kralen! Laat het kind, kind zijn en wees dankbaar voor zijn lessen.

Ik ben benieuwd wat jij van deze aandachtspunten vindt!

Opvoeden vanuit liefde

Na een stranddag is het heerlijk om Amé in bad te doen. Zij vindt het ook heerlijk. Lekker met water, blokken, kopjes en theepot spelen. De laatste keren vond ze het minder leuk om water over haar gezicht te krijgen. Nee, waarschijnlijk laat ze het nu duidelijker merken. Toen ze kleiner was, gooide ik een beker water over haar hoofd en maakte direct met een washandje haar gezicht droog. Nu knijp ik een washandje boven haar hoofd uit en ga met hetzelfde washandje over haar gezicht heen. Om haar wat rust te gunnen, wrong ik het washandje uit en hing het over het bad. Kort hierna zag ik mijn kans schoon en kneep ik weer een washandje boven haar hoofd uit. Hahaha…Amé zei knipperend met haar ogen: ‘Wil je ophangen?’

Het viel me op dat ze ons woordgebruik letterlijk overneemt. In plaats van te gaan zeuren en te zeggen dat ze het niet leuk vindt, gaf ze op een positieve manier aan hoe ze het anders wilde hebben. De zin ‘’wil je ophangen?’’ omvat zoveel. Hiermee geeft ze op een positieve manier aan dat ze het onprettig vindt dat het water over haar gezicht loopt en gaf ze mij een alternatief wat te doen met het washandje.

Precies zo zijn we haar aan het opvoeden. Vanaf baby af aan communiceren we op positieve wijze met haar. Als ze begon te trekken aan de bladeren van de plant kon ze beter de bladeren aaien of ervan wegkruipen. Als ze het keukenkastje waar de schoonmaakmiddelen in staan open deed, sloot ik de deur en vertelde erbij dat het schoonmaakmiddelen zijn. Een goedje om de afwas te doen of de vloer te dweilen. Daarnaast vertelden we aan haar dat ze beter ergens anders mee kan spelen. Of als ze op het strand zand in haar mond krijgt, doordat ze haar vingers in de mond stopt, dan zeggen wij “neem een slok water en spoel je mond om en hou je vingers uit je mond” in plaats van “dat is vies, doe je vingers niet in je mond”.

Dit laatste voelt aan als een straf. Je hebt iets verkeerds gedaan, maar ze had helemaal niks verkeerds gedaan. Het was een impuls. Kinderen leren alles om hen heen kennen door middel van al hun zintuigen. Dat weten we allemaal, maar weten en doen; hier op een adequate manier op reageren, dat is vaak een wereld van verschil. De tastzin van de mond is een van de meest gebruikte tools om spullen te ontdekken. Als je dat weet dan kan het toch niet verkeerd zijn dat kinderen alles in hun mond stoppen. Ja, het is beter om sommige dingen niet in je mond te stoppen, maar dan kan je dit als ouder uitleggen.

Hiermee kom ik gelijk op een volgende belemmering die ik te vaak om mij heen heb gehoord ‘ze begrijpen het niet’. Kinderen begrijpen alles, mits je als ouder het geduld hebt en de tijd neemt om het uit te leggen. Hier schort het vaak aan. Ouders brengen hun eigen stress over op hun kinderen. Kinderen gaan dan vervolgens dwars liggen en dan worden ze gelabeld met van alles en nog wat. En hier worden ze ontzettend onzeker van. Door de mentale tikken die ze ontvangen, durven ze niet meer te vertrouwen op hun eigen kunnen. Laten we dit om gaan keren. Met zijn allen.

Ik ben benieuwd wat jij hiervan vindt!

Woede: wat een klootzak is mijn vader

Als coach ben ik een grote voorstander van het voelen en duiden van emoties. Emoties: dat is uiteindelijk waar het om draait. Voel je je goed, dan ziet de wereld er rooskleurig uit. Voel je je slecht, dan kan het minste geringste je van je stuk brengen. Tijdens het coachen begeleid ik mensen door de emoties die hen belemmeren in het dagelijks leven. Hoewel veel ter sprake komt tijdens de sessies krijgen coachees ook huiswerk mee. Hierdoor blijven ze bezig met het verwerken van emoties die tijdens de sessies naar boven waren gekomen. Met instemming van de coachee kun je hieronder een stuk lezen aangaande het uiten van woede.

‘Ik ben het kwijt. Ik doe niets meer. Er komt niets meer uit mijn handen. Ik heb nergens zin in. Het leven is verschrikkelijk. Ik haat alles, ben woedend op alles. Dat ik me zo klote voel. Me zo verlamd voel. Dat ik alles waar ik bang voor ben uitstel. Dat ik nog misschien wel 30 jaar moet leven op deze manier. Nutteloos zijn.

Woedend over dat er geen aandacht voor elkaar is. Dat er een mammografie gemaakt is waarop niets te zien valt maar dat er niet verder bedacht wordt wat het kan zijn. Geen communicatie, alleen onverschilligheid. ‘Bel maar als je nog vragen hebt’. Terwijl mijn tiet uit mijn bh gegroeid is en er een enorm verschil is in grootte.

Wat een klote zooi is deze wereld. Wat een klootzak is mijn vader. Ik haat onverschilligheid. Kiezen voor een kind, iets creëren, en er niet voor zorgen, niet meer naar omkijken als er een bepaalde grens bereikt is. Een kind heb je toch voor het leven? Of gaat het altijd zo: ‘je bent nu 15, ik ben druk met andere dingen, zoek het zelf maar uit?’.

Je had vroeger enkel oog voor jezelf pa en dat is nooit veranderd. Je hebt mijn leven vergald met je ‘goede opvoeding’. Je hebt me klein gehouden, onzeker gemaakt, nooit gesteund in wie ik was en in mijn ambities. Want ‘ik kon toch niks’. Ik zou je willen schoppen en slaan, je in elkaar willen trappen.’

Herken je deze woede? Voel je welkom om een comment achter te laten.

Wil je meer lezen over omgaan met woede als hooggevoelige? Bestel hier het eboek ‘Ben je boos? Dan mag dat!’. 

HSP’ers: creatieve en autodidactische mensen

72C0CB55-2272-49E2-A45F-2F97EC49D037.jpeg

Ik voelde dat ik deze blog moest schrijven, maar ik wist nog niet waarom. Vandaar dat ik begon met het omschrijven van de synchronische gebeurtenissen. Kort na elkaar stelden Arnold en ik een aantal vragen en op wonderlijke wijze kwam mijn zusje Ouxu, de antwoorden in levende lijve, op dezelfde dag aan huis brengen. De vragen gingen over ‘haren knippen’, ‘foto’s organiseren op de Mac’ en ‘crème voor Amé’.

Na het herlezen van de gebeurtenissen begon ik de rode draad te zien: de antwoorden op de vragen kon Ouxu heel makkelijk geven, omdat de kennis en ervaring omtrent deze onderwerpen van binnenuit kwamen. Van jongs af aan was ze gefascineerd door haar, fotografie is nu haar beroep en dat ze zweert bij African shea butter crème toont haar gevoeligheid. Ze is een hooggevoelig sociaal mens met vele creatieve kwaliteiten. Zij doet, maakt en praat. Momenteel werkt ze als betaald portret- en interieur fotografe en videograaf. Ze maakt en edit beelden die spreken. Ze is een autodidact; iemand die zijn kennis door zelfstudie heeft verkregen. Een autodidact die met zijn kennis en ervaring even zoveel kan komen brengen als iemand die een mooi erkend diploma kan laten zien.

In mijn praktijk heb ik meerdere mensen gesproken die de verwachtingen van de maatschappij zwaarder laten wegen dan wat ze in hun mars hebben. De verwachtingen overschaduwen hun licht, laten hen twijfelen aan hun kwaliteiten en maken hen onzeker. Begrijpelijk als je door omstandigheden en gedragingen van verzorgers (ouders, leraren op school, sportleraren etc.) klein werd gehouden. Je diende te laten zien wat zij van jou verwachtten. Dit werd in woord of gevoel overgebracht. Bewust of onbewust. En natuurlijk altijd met de allerbeste bedoelingen!

Iedereen krijgt van meet af aan een persoonlijk psychologisch cadeautje mee. Het cadeautje kan voor hooggevoelige mensen nogal zwaar wegen. Alle emoties komen harder binnen en soms zelfs zo hard dat ze zichzelf niet meer voelen. Ze voelen alleen de emoties van anderen; deze waren op de voorgrond en vele malen belangrijker dan hun gevoelens. Het ‘zichzelf wegcijferen’ was al begonnen en er was geen stoppen meer aan. Totdat de ‘stoppen’ doorsloegen. Totdat er iets gebeurde in het leven waardoor je stil ging staan bij wat er ‘niet klopte’. Ik denk ‘……………..’, ik voel ‘……………..’ (vul het maar in), maar zo wil ik me helemaal niet denken en voelen.

Dit is inderdaad niet zomaar een cadeautje. Om dit cadeautje open te maken is een grote dosis lef nodig. Lef om geconfronteerd te worden met pijn, woede, teleurstellingen, verdriet en angst. Het kan zijn dat je een vaag vermoeden hebt over wat er in het cadeautje zit, soms weet je het niet, maar worstel je wel met alledaagse onzekerheden. Maar al te vaak weet je het wel en negeer je het bewust. Raap al je moed bij elkaar en open dit speciale cadeautje. Het zal je pijn doen, maar uiteindelijk meer brengen dan je ooit voor mogelijk had gehouden.

Wat kenmerkend is voor hooggevoelige mensen is dat ze zich meer op hun gemak voelen in de schaduw; waar het stil en rustig is. Maar tegelijkertijd hebben ze een sterke behoefte om de wereld iets te laten zien, horen, proeven, voelen; iets wat harten zachter maakt en harten met elkaar verbindt. In deze blog wil ik de kwaliteiten van een hsp’er vieren, voor hen applaudiseren, want eenmaal gesterkt in hun kwaliteiten hebben ze de wereld veel te bieden. En zullen ze, mits deze behoefte er is, in de schijnwerpers kunnen staan en hun verhaal vertellen.

Ben je ook hooggevoelig, creatief en autodidactisch?

Of ken je iemand waar je bovengenoemde kwaliteiten in ziet?

Wil je een workshop bijwonen over dit thema? Klik hier voor de Orchid of Life Agenda. 

Artikel in Vriendin: 100% niks doen